Bevestig uw aanmelding

U ontvangt nu een e-mailbericht van waaruit u uw aanmelding moet bevestigen. Zonder deze bevestiging ontvangt u niet dagelijks actuele en praktische informatie. Doe het gelijk even!

Stuur mij dagelijks actuele en praktische informatie
Bekijk alle diensten
30 okt 2018 Nieuws

Verlengen levensverzekering; 90% | 100% | 110% overlijdensdekking?

Een verzekeringnemer heeft in 1998 een lijfrente koopsompolis afgesloten. Bij de expiratie na 20 jaar (2018) wenst verzekeringnemer de polis voor 10 jaar te verlengen. De verzekeraar heeft de polis met 10 jaar verlengd, maar tevens de overlijdensdekking (opnieuw) op 90% van de opgebouwde waarde op het moment van overlijden van de verzekerde gesteld. Na 5 jaar + 1 dag wordt de overlijdensdekking verhoogd naar 100%. Verzekeringnemer is het hier niet mee eens en heeft bij Kifid een klacht ingediend.
  • Dagelijkse e-mail nieuwsbrief
  • Kennisbank met 1000+ artikelen
  • Rekenmodellen en downloads
  • Persoonlijk archief
  • Inclusief Permanent Actueel module!!

Vordering verzekeringnemer

Met de verlenging van de polis met 10 jaar bedraagt de totale looptijd 30 jaar. Vijftig procent van de looptijd bedraagt 15 jaar, in die eerste helft geldt een recht op uitkering bij overlijden van 90%. Deze periode is al verstreken, de verlenging van 10 jaar valt volledig in de tweede helft van de totale looptijd. Verzekeraar dient dan ook een uitkering van 100% te garanderen. Het feit dat Verzekeraar bij het uitstellen van de einddatum de uitkering in geval van overlijden van de verzekerde tijdens de eerste helft van de verlengde verzekeringsduur wederom beperkt tot 90% van de opgebouwde waarde, is niet vooraf met Consument besproken en ook niet opgenomen in artikel 5.3 van de Aanvullende voorwaarden. De poliswaarde bedraagt ongeveer € 70.000,00. Wanneer Verzekeraar slechts 90% van de waarde uitkeert in geval van overlijden binnen 5 jaar betekent € 7.000,00 risico voor rekening van Consument.

90/110 ook bij verlenging?

In het Rapport van de werkgroep levensverzekeringen WTV-IB van 4 juni 1993 zijn bepalingen opgenomen die betrekking hebben op de situatie dat de verzekeringnemer besluit om de looptijd van de overeenkomst te verlengen.

Een en ander is nader uitgewerkt in paragraaf 4.5 van dit rapport:
De toets betreffende de 10%-bonus gedurende meer dan de helft van de looptijd dient opnieuw te worden toegepast in het geval dat de premie wordt verhoogd of de looptijd wordt verlengd vóór de expiratiedatum van de verzekering. De eis van 10% wordt dan gerelateerd aan de extra te betalen premie en aan de nog resterende looptijd. Andere dan de hier bedoelde wijzigingen dienen in het licht van het vorengenoemde criterium beoordeeld te worden.

Polis

In dit licht bezien stelt de Commissie vast dat Verzekeraar geen verwijt kan worden gemaakt over de wijze waarop hij het verzoek van Consument heeft uitgevoerd en in de polis heeft vastgelegd. Ook nu is Verzekeraar gehouden om gedurende de eerste helft van de verlengde looptijd de uitkering bij overlijden van Consument te beperken tot 90% van de opgebouwde waarde.

Zorgplicht verzekeraar

Wel had Verzekeraar naar het oordeel van de Commissie deze beperkende voorwaarde in artikel 5.3 van de Aanvullende voorwaarden moeten opnemen, zodat Consument hiervan al in 1998, en dus niet pas op het moment van verlengen, op de hoogte was geweest. Verzekeraar is in dit opzicht tekort geschoten in haar zorgplicht jegens Consument. Als Verzekeraar Consument deugdelijk over de beperkende voorwaarde had geïnformeerd, zou zij die voorwaarde hebben kunnen meewegen bij haar keuze voor een looptijd van 20 of 30 jaar.

Schade?

Vast staat dat Consument hierdoor de kans heeft gemist om al in 1998 voor een looptijd van 30 jaar te kiezen.

Maar deze kansschade leidt alleen dan tot schadevergoeding, als aannemelijk is dat Consument na deugdelijke informatie van Verzekeraar in 1998 had gekozen voor een looptijd van 30 jaar. Op grond van de stukken en op grond van hetgeen tijdens de hoorzitting is besproken is dit niet aannemelijk geworden. Integendeel: het paste in de toenmalige tijdsgeest om rond de 60-jarige leeftijd te stoppen met werken en met één of meer lijfrenteverzekeringen de periode tot de ingangsdatum van de AOW te overbruggen. Omdat het oorzakelijk verband tussen de ondeugdelijke informatie en de kansschade van Consument niet aannemelijk is geworden, heeft Consument geen recht op schadevergoeding.

Beslissing

De slotsom is derhalve dat de vordering van Consument zal worden afgewezen.


Bron: Kifid

Downloads

Downloads zijn alleen beschikbaar als u bent ingelogd. Log graag in of neem een abonnement.

Rubrieken

Dossiers

Opvoerdatum

30 okt 2018

Laatst gewijzigd

30 okt 2018

Adresgegevens

Fintool
Vlinderweg 2 | Unit 0.24
2623 AX Delft

Telefoon 085 - 111 89 99
Telefax 085 - 111 88 80
E-mail: info@fintool.nl

Fintool bv © 2003/2017. Alle rechten voorbehouden.
Lees graag de leveringsvoorwaarden en het privacy reglement.