Bij studieleningen die zijn aangegaan vóór het studievoorschot, bedraagt de wegingsfactor 0,75% van de hoofdsom. Voor studieschulden aangegaan onder het studievoorschot is in 2014 besloten om, vanwege de lagere maandlasten door de socialere terugbetaalvoorwaarden, de wegingsfactor op 0,45% vast te stellen. De wegingsfactor waarmee studieleningen worden meegewogen is daarmee significant lager dan bij consumptief krediet, waarvoor wordt uitgegaan van een wegingsfactor die 2% van de hoofdsom bedraagt. Het verschil tussen de wegingsfactoren weerspiegelt het sociale karakter van studieleningen.
Ook het Nibud constateert dat studieleningen sociale terugbetaalvoorwaarden kennen. Terugbetaling mag over 35 jaar worden uitgespreid, terugbetaling begint pas wanneer iemand het minimumloon verdient en van het inkomen boven die drempel, hoeft de oud-student nooit meer dan 4% van zijn inkomen te gebruiken voor terugbetaling. Desalniettemin blijft een studielening een lopende financiële verplichting die moet worden meegewogen waarbij Nibud concludeert dat de sociale terugbetaalvoorwaarden een nog lichtere weging van deze verplichting niet rechtvaardigen.
Bron: Rijksoverheid
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99