[Belanghebbende I] had in de relevante periode een fulltime dienstverband en een parttime dienstverband. Belanghebbende 2 had een parttime dienstverband.
Uit de werkgeversverklaring (d.d.18 april 2007) ter zake de nevenfunctie van [Belanghebbende 1] volgt dat de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd (tot 11 januari 2008) is aangegaan en ziet op een flexibele arbeidsrelatie. In de bij deze
werkgeversverklaring gevoegde bijlage is verklaard dat bij gelijkblijvend functioneren [Belanghebbende 1] per 11 januari 2008 opnieuw een arbeidscontract zal worden aangeboden. Over het genoten inkomen is in de verklaring opgenomen dat dit een
wisselend inkomen betreft en het bruto jaarsalaris over 2006 € 10.539,43 bedroeg.
Ook de Commissie van Beroep is van oordeel dat het inkomen dat [Belanghebbende 1] genoot uit hoofde van een flexibele arbeidsrelatie bij Avifauna te weinig zekerheid bood om als vast en bestendig te worden aangemerkt en derhalve bij de vaststelling van de woonquote buiten beschouwing diende te worden gelaten.
Als gevolg van de overkreditering hebben Belanghebbenden rente betaald over een hoger bedrag dan het bedrag dat aan hen in leen had mogen worden verstrekt. De rente over het bedrag waarmee de lening het maximaal toelaatbaar beloop daarvan overschreed is terecht door de Geschillencommissie als schade als gevolg van overkreditering aangemerkt; als Sparck haar zorgplicht niet had geschonden was bedoeld overschrijdend bedrag niet aan Belanghebbenden uitgeleend en zouden zij daarover geen rente verschuldigd zijn geworden.
Dit geldt niet voor het bedrag van de lening dat wel binnen hun leencapaciteit viel. De Commissie van Beroep verwerpt het betoog van Belanghebbenden voor zover dat inhoudt dat in de gegeven omstandigheden ook de over dit deel van de lening betaalde rente als schade moet worden aangemerkt die aan Sparck als gevolg van de besproken tekortkoming toe te rekenen valt.
Wel bestaat er aanleiding om bij het bepalen van de door Sparck aan Belanghebbenden verschuldigde vergoeding in aanmerking te nemen de rente die aan Belanghebbenden sedert de verkoop van de woning in 2015 over de restschuld (die € 71.978,04 beliep) in rekening is gebracht en mogelijk nog zal worden.
De Commissie van Beroep verwerpt als onvoldoende onderbouwd het betoog van Sparck dat Belanghebbenden als gevolg van het betalen van rente over het bedrag van de overkreditering een belastingvoordeel hebben genoten dat op de door Sparck te vergoeden schade in mindering moet worden gebracht. Omtrent het eventueel genoten belastingvoordeel bestaat niet zodanige duidelijkheid dat daarmee in het kader van de schadevaststelling rekening kan worden gehouden. Bovendien acht de Commissie van Beroep het verrekenen van een eventueel belastingvoordeel in de gegeven omstandigheden niet redelijk.
De Commissie van Beroep ziet in het voorgaande aanleiding om de uitspraak van de Geschillencommissie te handhaven met dien verstande dat Sparck aan Belanghebbenden tevens dient te vergoeden de rente die Belanghebbenden sedert de verkoop van de woning over de restantvordering aan Sparck verschuldigd is geworden of nog zal worden.
Bron: Kidid
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99