Belanghebbende stelt dat hij zich moreel verplicht voelde om de ex-partner financieel te ontzien, omdat haar inkomsten slechts € 900 per maand bedroegen en zij medische problemen ondervond. Om die reden heeft belanghebbende, zo stelt hij, ook de door zijn ex-partner verschuldigde rente betaald.
Het Hof stelt vast dat tot de stukken van het geding geen schriftelijke vastlegging behoort van een afspraak tussen belanghebbende en de ex-partner met betrekking tot de betaling door belanghebbende van de door de ex-partner verschuldigde rente. Evenmin volgt uit de stukken dat belanghebbende en zijn ex-partner hebben bedoeld en zijn overeengekomen dat ‘haar’ deel van de rente door belanghebbende zou worden voldaan.
Uit de inhoud van de conclusie van antwoord, tevens conclusie van eis in reconventie, in de zaak die de ex-partner tegen belanghebbende heeft aangespannen voor de Rechtbank Limburg, volgt veeleer het tegendeel, namelijk dat belanghebbende in 2009 pogingen heeft ondernomen de ex-partner financieel te laten bijdragen in de rentebetalingen en woonlasten. Van een nadien gemaakte afspraak, dat belanghebbende zich jegens de ex-partner gehouden acht om - vanwege haar financiële situatie - ‘haar’ deel van de rente te betalen, is niet gebleken. Het Hof neemt daarnaast in aanmerking dat belanghebbende steeds heeft benadrukt, dat hij niet wenste te worden geconfronteerd met een restschuld en de rentebetalingen heeft voortgezet om niet tot verkoop van de woning over te hoeven gaan. Die omstandigheid vormt, hoe begrijpelijk de keuze vanuit de optiek van belanghebbende ook kan zijn, geen aanwijzing voor zijn stelling dat sprake is van een aftrekbare onderhoudsverplichting (berustende op een dringende morele verplichting) in de zin van artikel 6.3, eerste lid, aanhef en onder f, van de Wet IB 2001.
De rente die de ex-partner verschuldigd is, maar door belanghebbende is betaald, kan dan ook niet in aftrek worden gebracht.
De slotsom dat de helft van de hypotheekrente niet kan worden afgetrokken, zal naar het Hof voorkomt, niet door eenieder in overeenstemming worden geacht met de ratio van de wettelijke regels.
Een oplossing zou kunnen zijn het wettelijk regime aldus op te rekken dat belanghebbende de rente toch mag aftrekken voor zover deze het eigenwoningforfait te boven gaat. Een argument daarvoor zou kunnen zijn dat het niet de bedoeling van de wetgever kan zijn om in een situatie als de onderhavige waarin twee ex-echtgenoten nog in de overgangsfase van huwelijk naar volledig afgewerkte echtscheiding verkeren, niet de volledige hypotheekrente in aftrek toe te staan. Hiertegen pleit echter dat een dergelijke beslissing verschillende rechtspolitieke keuzes vergt zodat het niet op de weg van de rechter ligt om hierin te treden.”
Bron: Rechtspraak.nl
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99