Deze rapportage (pdf, 4 pagina's) gaat onder andere in op het gebruik kinderopvangtoeslag, ontwikkeling van de gemiddelde uurprijs van opvang en het aantal locaties in de dagopvang.
Omdat de kinderopvangtoeslag inkomensafhankelijk is, krijgen vooral huishoudens met een laag inkomen en (dus) een relatief hoge toeslag, te maken met hoge terugvorderingen. Dit kan leiden tot betalingsproblemen, omdat deze terugvorderingen voor huishoudens met een laag inkomen een relatief grote financiële last kunnen veroorzaken.
Een deel van de hoge terugvorderingen ontstaat door een te hoog aantal opgegeven opvanguren. Door meer gebruik te maken van tussentijdse gegevens van kinderopvangorganisaties over daadwerkelijk afgenomen opvanguren kan de Belastingdienst vaker en eerder het signaal geven aan ouders dat hun voorschotaanvraag mogelijk te hoog is of doorloopt terwijl er geen opvang meer plaatsvindt. De ouder kan vervolgens de voorschotaanvraag hierop aanpassen en zo een terugvordering voorkomen of beperken.
De systematiek van kinderopvangtoeslag gaat ervan uit dat een ouder in staat is (vooraf) zijn eigen inkomen te schatten, het aantal uren dat er gewerkt gaat worden en het aantal uren dat er kinderopvang zal worden afgenomen. Daarnaast wordt ervan uitgegaan dat de ouder alle wijzigingen die plaatsvinden tijdig doorgeeft aan de Belastingdienst. In de praktijk gebeurt dit nog onvoldoende.
Het verbeteren van de digitale dienstverlening is erop gericht ouders beter te ondersteunen bij het aanvragen en het doorgeven van wijzigingen met betrekking tot de kinderopvangtoeslag. Fouten door onduidelijkheid in de digitale aanvraag- en/of wijzigingsprocedure dienen zoveel mogelijk te worden voorkomen.
Bron: Rijksoverheid
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99