De moeder van belanghebbende (hierna: de moeder), heeft op 18 november 2014 een bedrag van € 16.700 aan belanghebbende geschonken (hierna: de schenking 2014). De schenking is door belanghebbende gebruikt voor aflossing van een hypothecaire lening.
Naar aanleiding van de ingediende aangifte schenkbelasting 2014, waarin een beroep is gedaan op de tijdelijk verruimde vrijstelling met een maximumbedrag van € 100.000, is door de Inspecteur op 5 oktober 2015 een beschikking geen aanslag gegeven.
De moeder heeft op 28 januari 2015 een bedrag van € 35.500 aan belanghebbende geschonken (hierna: de schenking 2015). Deze schenking is door belanghebbende eveneens gebruikt voor aflossing van voormelde hypothecaire lening.
Van de schenking 2015 is op 19 januari 2016 aangifte gedaan. In de aangifte wordt een beroep gedaan op de eenmalig verhoogde vrijstelling voor de eigen woning (met een maximumbedrag van € 52.752) en is verder aangegeven dat de eventuele schenkbelasting door de schenker wordt betaald.
Aangezien reeds voor de schenking 2014 een beroep op de verhoogde vrijstelling is gedaan, heeft de Inspecteur voor de schenking 2015 de verhoogde vrijstelling niet in aanmerking genomen.
Artikel 33a van de SW luidt voor 2015:
“De verhoogde vrijstelling, bedoeld in artikel 33, onderdelen 5° en 6°, vindt geen toepassing indien door het kind in een eerder jaar reeds de verhoogde vrijstelling van artikel 33a, zoals dat op 31 december 2014 luidde, is toegepast op een verkrijging van de ouders.”
Het voorgaande leidt het Hof tot het oordeel dat de verhoogde vrijstelling van artikel 33 van de SW alleen één kalenderjaar kan worden toegepast. Aangezien belanghebbende de verhoogde vrijstelling reeds voor het jaar 2014 had toegepast, kon zij voor 2015 niet meer in aanmerking komen voor de verhoogde vrijstelling. Dit betekent dat de Inspecteur de aanslag uitgaande van de wettelijke bepalingen en de wetsgeschiedenis op een juist bedrag heeft vastgesteld.
Belanghebbende heeft zich ter zitting van het Hof op het standpunt gesteld dat zij weliswaar in de ingediende aangifte schenkbelasting 2015 een kruisje heeft gezet bij vraag 5b, maar dat de Inspecteur ook de vragen 5a en 5c bij zijn beoordeling had moeten betrekken. Het Hof merkt op dat geen rechtsregel de Inspecteur ertoe dwingt genoemde vragen die niet zijn aangekruist of beantwoord ook te beoordelen. Bovendien zou dit ook niet tot een ander te betalen bedrag aan schenkbelasting hebben geleid omdat, zoals hiervoor geoordeeld, belanghebbende slechts voor één kalenderjaar in aanmerking kan komen voor de verhoogde vrijstelling. Belanghebbendes beroep op het zorgvuldigheidsbeginsel faalt.
Bron: Rechtspraak.nl
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99