MijnFintool

Nieuws

Rechtspraak forfaitaire rendementsheffing box 3 (2015)

Het Hof is van oordeel dat de forfaitaire rendementsheffing (box 3) in het jaar 2015 niet in strijd is met artikel 1 Eerste Protocol bij het EVRM. Het Hof heeft daarbij gekeken naar het nominale rendement van risicomijdende beleggingen en concludeert dat in dit jaar weliswaar het door de wetgever veronderstelde mogelijke rendement van 4% niet langer haalbaar was, maar dat een rendement van 1,6% nog wel haalbaar was.

Rekening houdend met een tarief van 30% zou de box 3-heffing bij een rendement van 1,6% neerkomen op een effectieve heffing van 75%. Van een dergelijke heffing kan niet worden gezegd dat zij ertoe leidt dat belastingplichtigen worden geconfronteerd met een buitensporig zware last.

Geen toetsing

Belanghebbende stelt dat een heffing uitgaande van een forfaitair rendement van 4% procent in strijd is met het evenredigheidsbeginsel, omdat het door haar behaalde reële rendement lager is dan 4% , zij minder daadkrachtig is en zij, gelet op haar leeftijd, geen mogelijkheden ziet om in de komende jaren een dusdanig rendement te behalen. Belanghebbende heeft verder nog aangevoerd dat de algemene beginselen van behoorlijk bestuur in de artikelen 3:2, 3:3 en 3:4 van de Awb, worden geschonden bij een forfaitaire heffing uitgaande van een rendement van 4%.

Het Hof begrijpt belanghebbende aldus dat zij mede heeft willen stellen dat de wet onredelijk is. Op grond van artikel 11 van de Wet van 15 mei 1829, houdende algemeene bepalingen der wetgeving van het Koningrijk (Stb 1822, 10 en Stb 1829, 28) staat het de rechter niet vrij om formele wetgeving te toetsen op haar innerlijke waarde of de billijkheid van de wet te beoordelen. De rechter kan een wet in formele zin slechts (gedeeltelijk) buiten toepassing verklaren indien en voor zover deze onverbindend is wegens strijd met een ieder verbindende bepalingen van verdragen en van besluiten van volkenrechtelijke organisaties (artikel 94 Grondwet). Aan beginselen van behoorlijke wetgeving, voor zover die beginselen niet in zodanige verdragsbepalingen zijn neergelegd, kan wetgeving in formele zin niet door de rechter worden getoetst (artikel 120 Grondwet). Het handelen van de wetgever kan, ook afgezien daarvan, niet worden getoetst aan algemene beginselen van behoorlijk bestuur, aangezien die beginselen tot het bestuur en niet tot de wetgever zijn gericht. Belanghebbendes onderhavige betoog, dat kennelijk op een andere opvatting berust, moet worden verworpen omdat die opvatting onjuist is.

 

Bron: Rechtspraak.nl

Modules & dossiers

Opvoerdatum

24 jan 2019

Laatst gewijzigd

24 jan 2019

Reacties

Er zijn (nog) geen reacties op dit artikel

Reageren? Graag eerst inloggen.

Permanent Actueel met Fintool?

Als professioneel financieel adviseur moet en wilt u bijblijven en dat het liefst in zo weinig mogelijk (kostbare) tijd. Dat kan nu met Fintool.nl! Meld u nu aan als abonnee en krijg direct toegang tot de Kennisbank en Helpdesk.
Lees verder

Fintool bv © 2003/2025. Alle rechten voorbehouden.
Lees graag de leveringsvoorwaarden en het privacy reglement.

1
1