Bevestig uw aanmelding

U ontvangt nu een e-mailbericht van waaruit u uw aanmelding moet bevestigen. Zonder deze bevestiging ontvangt u niet dagelijks actuele en praktische informatie. Doe het gelijk even!

Stuur mij dagelijks actuele en praktische informatie
Bekijk alle diensten
6 mei 2020 Nieuws

Eenmalige schenking

Zie uitspraak hoger beroep!
Rechtbank Gelderland heeft een voor de huiseigenaar gunstige uitspraak gedaan. Eiseres heeft in december 2013 een schenking van haar ouders gekregen. Volgens eiseres heeft zij recht op de tijdelijke verruiming van de eenmalige vrijstelling van € 100.000 in verband met de verbetering van haar eigen woning.
  • Dagelijkse e-mail nieuwsbrief
  • Kennisbank met 1000+ artikelen
  • Rekenmodellen en downloads
  • Persoonlijk archief
  • Inclusief Permanent Actueel module!!

Volgens de belastinginspecteur voldoet eiseres echter niet aan de voorwaarden, omdat zij al vóór de betaling van de schenking kosten heeft betaald. Zij schreef belastingplichtige dat alleen de bedragen die na de datum van schenking van 16 december 2013 zijn betaald vallen onder de regeling van de eenmalige verruimde vrijstelling.
Volgens verweerder kan de vrijstelling alleen worden toegepast als de betalingen voor de verbouwing zijn gedaan ná de datum van schenking. Het kan niet zo zijn dat de betalingen al uit het eigen vermogen van eiseres zijn gedaan en dat met de schenking het eigen vermogen van eiseres weer wordt aangevuld. Er moet volgens verweerder een volgtijdelijk verband zijn, omdat er anders geen oorzakelijk verband is tussen de schenking en de betalingen voor de verbetering van de eigen woning.

Voorwaarden

Uit het besluit en artikel 5 van de Uitvoeringsregeling volgt dat de voorwaarden voor de vrijstelling in de periode tussen 1 oktober 2013 en 1 januari 2014 de volgende waren:
(a) de schenking vindt plaats tussen 1 oktober 2013 en 1 januari 2014;
(b) de schenking is gedaan onder de ontbindende voorwaarde dat deze wordt besteed aan verbetering en onderhoud van de eigen woning;
(c) de betaling van de schenking en de aanwending van de schenking voor de eigen woning moet met schriftelijke bescheiden kunnen worden aangetoond.

Dat aan de voorwaarden (a) en (b) is voldaan, is tussen partijen niet in geschil. Anders dan verweerder heeft gesteld, volgt uit de voorwaarden niet de verplichting dat de aanwending van de schenking voor de eigen woning in de tijd moet volgen op (de betaling van) de schenking. Dit zou naar het oordeel van de rechtbank ook botsen met de systematiek van de heffing van het schenkingsrecht. Uit artikel 28 van de Successiewet 1956 volgt namelijk dat de aanslag wordt berekend naar het totaal van alle schenkingen door ouders aan hun kind in het betreffende kalenderjaar. Van die totale grondslag worden vervolgens de vrijstellingen waarvoor de begunstigde in aanmerking komt afgetrokken. De datum van de schenking is in dit geval uitsluitend van belang omdat dat een voorwaarde voor de toepasselijkheid van de vrijstelling is (voorwaarde (a)). Dat wil echter nog niet zeggen dat de datum van de schenking ook relevant is voor de beoordeling of is voldaan aan voorwaarde (c). In voorwaarde (c) gaat het uitsluitend om de vraag of de betaling van de schenking kan worden aangetoond en de betaling van de kosten voor de eigen woning kan worden aangetoond. Daarin wordt verder geen volgtijdelijk verband voorgeschreven tussen die betalingen. Dat volgt ook niet dwingend uit de frase dat de schenking is "aangewend" voor de kosten van verbetering van de eigen woning in de Uitvoeringsregeling. En dat geldt ook voor de frases dat de schenking wordt gebruikt ter "dekking" van deze kosten (vergelijk de memorie van toelichting bij de verruiming van de eenmalige vrijstelling in de Fiscale verzamelwet 2010), of dat de schenking moet "verband houden met" die kosten (vergelijk de memorie van toelichting bij het Belastingplan 2014). Dat kan ook gaan om kosten die al zijn gemaakt.

Besluit

In het besluit is een beperkte terugwerkende kracht verleend. Dit heeft volgens de rechtbank tot gevolg dat feiten en omstandigheden van vóór 1 oktober 2013 geen rol kunnen spelen bij de beoordeling van de vraag of aan de voorwaarden van de tijdelijke vrijstelling is voldaan. Voor het onderhavige geval maakt dat echter geen verschil, omdat de facturen van ná 1 oktober 2013 optellen tot een bedrag van € 103.007,06.

Beslissing
De conclusie moet daarom zijn dat het beroep gegrond is. De uitspraak op bezwaar wordt vernietigd en ook de navorderingsaanslag schenkbelasting dient te worden vernietigd.

 

Bron: Rechtspraak.nl

Downloads

Downloads zijn alleen beschikbaar voor abonnees. Log graag in of neem een abonnement.

Lees ook…

Verhoogde schenkvrijstelling en (gemaakte) verbouwingskosten

In geschil is de vraag of de gemaakte verbouwingskosten onder de verhoogde schenkvrijstelling geschaard mocht worden. De belastinginspecteur stelde dat de verbouwingskosten niet onder de verhoogde schenkvrijstelling viel en legde een aanslag schenkbelasting op aan belastingplichtige. De rechtbank stelde de belastingplichtige in het gelijk en de belastinginspecteur is in hoger beroep gegaan.

Ontbrekende kruisjes aangifte schenkbelasting wijzigt vrijstelling niet

Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden stelt dat de verhoogde vrijstelling schenkbelasting i.v.m. verkrijging door een kind van de ouders voor de aflossing van een eigenwoningschuld alleen in één kalenderjaar kan worden toegepast.

In deze casus is sprake van twee 'losse' schenkingen, niet te verwarren met de fiscale mogelijkheid tot het gespreid benutten in drie direct opeenvolgende kalenderjaren van de eenmalige verhoogde vrijstelling ten behoeve van een eigen woning.

Rubrieken

Dossiers

Opvoerdatum

29 jan 2019

Laatst gewijzigd

6 mei 2020

Adresgegevens

Fintool
Vlinderweg 2 | Unit 0.24
2623 AX Delft

Telefoon 085 - 111 89 99
Telefax 085 - 111 88 80
E-mail: info@fintool.nl

Fintool bv © 2003/2021. Alle rechten voorbehouden.
Lees graag de leveringsvoorwaarden en het privacy reglement.