MijnFintool

Nieuws

Beantwoording overige vragen pakket Belastingplan 2019

Staatssecretaris M. Snel heeft gereageerd op Kamervragen over het Belastingplan 2019.

Btw en leegstand

Gevraagd wordt om een nadere toelichting over btw-aftrek bij leegstand.

Een ondernemer heeft recht op aftrek van voorbelasting als de kosten of investeringen waar de btw op drukt, (bestemd zijn te) worden gebruikt voor belaste handelingen. Dit is niet anders bij leegstand van onroerende zaken. Indien en voor zover de ondernemer het voornemen heeft om een leegstaande onroerende zaak te gebruiken voor belaste handelingen, zoals de belaste verhuur van bedrijfsruimten, heeft hij recht op aftrek. Hij moet dit voornemen dan wel kunnen staven aan de hand van objectieve gegevens, zoals bijvoorbeeld de (verhuur)opdracht aan een makelaar, de aard/locatie van de onroerende zaak en dergelijke. De verhuur van woningen is vrijgesteld van btw, een voornemen hiertoe geeft derhalve geen recht op aftrek. De leden van de fractie van de SP vragen verder naar het budgettair belang van de btw-aftrek bij leegstand en vragen hoe vaak van deze regeling gebruikgemaakt wordt. Aangezien in het geval van leegstand met het voornemen tot gebruik voor belaste handelingen, geen sprake is van herziening, hoeft dit niet te worden opgegeven in de btw-aangifte. Op basis van openbare gegevens van onder andere het Centraal Bureau voor de Statistiek wordt ingeschat dat het budgettair belang van het niet herzien ongeveer € 100 tot € 150 miljoen bedraagt en dat het gaat om circa achtduizend tot tienduizend gevallen.

Box 3

Is het kabinet van mening dat vermogen op dit moment proportioneel wordt belast?.

Met ingang van 2017 worden drie vermogensschijven onderscheiden voor de bepaling van de te betalen belasting. Voor elke schijf wordt een forfaitair rendement bepaald dat een gewogen gemiddelde is van het rendement op sparen (rendementsklasse I) en het rendement op beleggen (rendementsklasse II). Het gewicht van het rendement op sparen is voor de eerste schijf 67%, voor de tweede schijf 21% en voor de hoogste schijf nihil. Het rendement op beleggen is voor de eerste schijf 33%, voor de tweede schijf 79% en voor de hoogste schijf 100%. Doordat het rendement op sparen lager is dan het rendement op beleggen, is het forfaitaire rendement voor de eerste schijf het laagst en voor de hoogste schijf het hoogst. Het belastingtarief bedraagt 30%.

Als sparen in een apart regime wordt belast geldt de problematiek van het separaat heffen over verschillende vermogensbestanddelen, zoals peildatumarbitrage. Door rondom de peildatum beleggingen tijdelijk om te zetten in spaargeld zal een aanzienlijke budgettaire derving optreden.

 

Bron: Rijksoverheid

Modules & dossiers

Opvoerdatum

05 feb 2019

Laatst gewijzigd

05 feb 2019

Reacties

Er zijn (nog) geen reacties op dit artikel

Reageren? Graag eerst inloggen.

Permanent Actueel met Fintool?

Als professioneel financieel adviseur moet en wilt u bijblijven en dat het liefst in zo weinig mogelijk (kostbare) tijd. Dat kan nu met Fintool.nl! Meld u nu aan als abonnee en krijg direct toegang tot de Kennisbank en Helpdesk.
Lees verder

Fintool bv © 2003/2025. Alle rechten voorbehouden.
Lees graag de leveringsvoorwaarden en het privacy reglement.

1
1