Ingevolge artikel 17, tweede lid, van de Wet WOZ moet de waarde van de onroerende zaak worden bepaald op de waarde die aan de onroerende zaak dient te worden toegekend, indien de volle en onbezwaarde eigendom daarvan zou kunnen worden overgedragen en de verkrijger het object in de staat waarin dat zich bevindt, onmiddellijk en in volle omvang in gebruik zou kunnen nemen.
Ingevolge artikel 18, eerste lid, van de Wet WOZ wordt de waarde van een onroerende zaak bepaald naar de waarde die de zaak op de waardepeildatum heeft naar de staat waarin de zaak op die datum verkeert. Ingevolge het derde lid, onder b van dit artikel wordt, indien een onroerende zaak in het kalenderjaar voorafgaande aan het begin van het kalenderjaar waarvoor de waarde wordt vastgesteld wijzigt als gevolg van bouw, verbouwing, verbetering, afbraak of vernietiging, dan wel van bestemming verandert, in afwijking in zoverre van het eerste lid, de waarde bepaald naar de staat van die zaak bij het begin van het kalenderjaar waarvoor de waarde wordt vastgesteld.
Naar het oordeel van het Hof is de heffingsambtenaar daarin geslaagd. De heffingsambtenaar heeft ter onderbouwing van de waarde gewezen op het eigen aankoopcijfer uit januari 2016 van € 263.000 vrij op naam en casco oplevering en de nadien aangebrachte verbeteringen. Na de oplevering is een keuken geplaatst, is vloer- en wandafwerking aangebracht en een tuin aangelegd. De heffingsambtenaar heeft terecht met deze na oplevering aangebrachte verbeteringen rekening gehouden (artikel 18, derde lid, onderdeel b, van de WOZ). Het Hof acht aannemelijk dat deze verbeteringen de waarde van de onroerende zaak positief beïnvloeden en dat dit het verschil tussen het aankoopbedrag en de vastgestelde waarde rechtvaardigt.
Het Hof bevestigt de uitspraak van de Rechtbank (WOZ €276.000 in plaats van de gewenste €263.000 door belastingplichtige).
Bron: Rechtspraak.nl
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99