Met het oog op de stabiliteit van het financiële stelsel, een zorgvuldige behandeling van klanten en het benodigde vertrouwen in de financiële sector heeft de overheid in vervolg op de financiële crisis diverse maatregelen getroffen. Tegelijkertijd is er nog een lange weg te gaan. De sector heeft weliswaar serieuze stappen gezet maar het is evident dat er nog veel moet gebeuren. Het is primair de verantwoordelijkheid van de sector om hiermee aan de slag te gaan. Cultuur en vertrouwen kunnen niet met regelgeving alleen worden ondervangen.
Samenvattend onderschrijft het kabinet de doelstellingen van het wetsvoorstel om het vertrouwen in systeemrelevante banken te vergroten, de financiële stabiliteit te borgen en perverse prikkels in de financiële sector aan te pakken. Het voorstel stuit naar het oordeel van het kabinet echter op fundamentele bezwaren en aandachtspunten.
Alles overwegende ontraadt het kabinet uw Kamer om het initiatiefwetsvoorstel aan te nemen.
Het voorstel van de initiatiefnemers scherpt de definitie van vaste beloning in artikel 1:111 Wet op het financieel toezicht (Wft) aan. Hiermee wordt beoogd tegen te gaan dat van vaste beloningsbestanddelen verkeerde prikkels uitgaan. Gevolg van dit voorstel is dat aandelen van ondernemingen, of andere financiële instrumenten waarvan de waardestijging mede afhankelijk is van de waardestijging van aandelen in de onderneming of daaraan verbonden uitkeringen, geen onderdeel meer kunnen zijn van de vaste beloning en daardoor onderdeel worden van de variabele beloning.
De primaire verantwoordelijkheid voor het beloningsbeleid en beloningen van bestuurders van financiële ondernemingen ligt bij de raad van commissarissen en de algemene vergadering van aandeelhouders. Met de voorgestelde vereiste instemming door de minister van Financiën wordt aan de minister een rol toebedeeld die naar het oordeel van het kabinet niet passend is bij de rol van minister van Financiën.
Bron: Rijksoverheid
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99