MijnFintool

Nieuws

Tijdelijk saldo verkoopwinst toch belast (op peildatum 1 januari)

Op 27 november 2015 hebben eiser en zijn echtgenote hun woning (hierna: de oude woning) verkocht. De verkoopopbrengst bedroeg € 168.089. Op 2 mei 2016 hebben zij een nieuwe woning (hierna: de nieuwe woning) verworven voor een bedrag van € 363.014, inclusief kosten koper. Dit bedrag hebben zij uit eigen middelen gefinancierd.

Op 1 januari 2016 stond de verkoopopbrengst van de oude woning op een bankrekening. In totaal bedroegen de bank- en spaartegoeden van eiser en zijn echtgenote op deze datum € 439.804 en hun beleggingen € 850. Van hen is in totaal € 4.701 aan belasting over inkomen uit sparen en beleggen geheven, waarvan € 4.032 van eiser. Het totale werkelijke rendement van deze gezamenlijke bezittingen over het jaar 2016 bedroeg € 2.634.

Stellingname huiseigenaar

Eiser betoogt dat bij het bepalen van het inkomen uit sparen en beleggen ter zake van de opbrengst van de oude woning herrekening naar tijdsgelang dient plaats te vinden. Hij beroept zich daarvoor in de eerste plaats op zijn recht op het ongestoord genot van zijn eigendom, dat wordt gewaarborgd door artikel 1 van het Eerste Protocol bij het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EP). Eiser benadrukt dat het hem hierbij niet zo zeer gaat om de haalbaarheid van het veronderstelde rendement van 4%, als wel om de bepaling van de grondslag sparen en beleggen op basis van de rendementsgrondslag aan het begin van het kalenderjaar (hierna: de peildatum). Omdat de opbrengst van de oude woning niet het gehele jaar tot de rendementsgrondslag heeft behoord en eiser daardoor slechts een beperkt rendement heeft kunnen behalen met die opbrengst, leidt het gebruik van één peildatum in zijn geval tot onredelijke uitkomsten, namelijk een effectieve belastingdruk van 178% over het werkelijk genoten inkomen uit sparen en beleggen.

Robuust

In eerdere arresten van 3 april 2015 en 10 juni 2016 heeft de Hoge Raad geoordeeld dat het forfaitaire stelsel van de vermogensrendementsheffing naar de opzet van de wetgever ‘robuust’ en daardoor enigszins ruw is, aangezien het niet afhankelijk is gesteld van het werkelijke rendement van de bezittingen gedurende het jaar. Van dit forfaitaire stelsel kan naar het oordeel van de Hoge Raad niet worden gezegd dat het elke redelijke grond ontbeert, zodat zich in zoverre geen inbreuk op artikel 1 van het EP voordoet. Van de wetgever mag wel worden verlangd dat een forfaitair stelsel, waaraan een zekere ruwheid inherent is, zodanig wordt vormgegeven dat daarmee wordt beoogd de werkelijkheid te benaderen.

Beslissing

De rechtbank stelt de huiseigenaar in het ongelijk.


Bron: Rechtspraak.nl

Fintool redactie: Sinds 1 januari 2017 geldt het 'schijvenstelsel', waarbij bij een hoger vermogen de belastingdruk toeneemt. In die zin kan de effectieve belastingdruk nog hoger uitvallen (afhankelijk van eigenwoningreserve en totaal vermogen (schijven)).

Modules & dossiers

Opvoerdatum

08 mrt 2019

Laatst gewijzigd

12 mrt 2019

Reacties

Er zijn (nog) geen reacties op dit artikel

Reageren? Graag eerst inloggen.

Permanent Actueel met Fintool?

Als professioneel financieel adviseur moet en wilt u bijblijven en dat het liefst in zo weinig mogelijk (kostbare) tijd. Dat kan nu met Fintool.nl! Meld u nu aan als abonnee en krijg direct toegang tot de Kennisbank en Helpdesk.
Lees verder

Fintool bv © 2003/2025. Alle rechten voorbehouden.
Lees graag de leveringsvoorwaarden en het privacy reglement.

1
1