De parameters en de UFR-methode hebben geen invloed op de actuele vermogens van pensioenfondsen. Wanneer de adviezen van de commissie worden opgevolgd, heeft dit wel een aantal gevolgen voor dekkingsgraden, feitelijke premies, kritische dekkingsgraden bij herstelplannen, en de mate van toegestane indexatie binnen de huidige FTK-systematiek:
De bovengenoemde percentages zijn een gemiddelde impact voor de pensioenfondsensector. De impact voor een individueel fonds kan hiervan afwijken, zie hoofdstuk 6 van het advies van de commissie voor een nadere analyse.
Er is juist gepleit voor een verhoging van de rekenrente, omdat fondsen dan lagere buffers mogen aanhouden. In het concept-pensioenakkoord kwam die hogere rente er niet, en nu blijkt zelfs dat die per 2021 omlaag gaat. Koolmees neemt een advies daartoe over dat is opgesteld door de Commissie Parameters die onder leiding staat van oud-minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem. De parameters voor het vaststellen van de rekenrente worden elke vijf jaar getoetst.
Gemiddeld zullen de dekkingsgraden van pensioenfondsen met 2,5%-punt dalen door een lagere rekenrente. Dat betekent dat voor meer fondsen, als andere omstandigheden gelijk blijven, pensioenkortingen dreigen. In sommige gevallen zal de feitelijke premie niet meer kostendekkend zijn, schrijft Koolmees aan de Tweede kamer. Kritische dekkingsgraden – de grens van de dekkingsgraad waaronder kortingen in een herstelplan noodzakelijk worden – stijgen met gemiddeld 6,5%-punt. De hoogte van de dekkingsgraad waarbij volledige prijsindexatie is toegestaan, neemt toe met gemiddeld 2,7%-punt.
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99