In artikel 18d, tweede lid, onderdeel d, van de Zorgverzekeringswet (Zvw) is geregeld dat geen bestuursrechtelijke premie meer verschuldigd is indien de verzekeringnemer aan bij ministeriële regeling te bepalen voorwaarden voldoet. Deze ‘uitstroom’ uit het bestuursrechtelijk premieregime voor door de minister aangewezen groepen wanbetalers is al geregeld in artikel 6.5.6 van de Regeling zorgverzekering (Rzv) ten behoeve van bijstandsgerechtigden, dat wil zeggen verzekeringnemers met een uitkering ingevolge artikel 5 van de Participatiewet.
Deze wijzigingsregeling voorziet erin onder vergelijkbare voorwaarden uitstroom mogelijk te maken voor meerderjarigen waarvoor beschermingsbewind is ingesteld. Daarbij gaat het om meerderjarige personen die tijdelijk of duurzaam niet in staat zijn ten volle hun vermogensrechtelijke belangen behoorlijk waar te nemen als gevolg van hun lichamelijke of geestelijke toestand, dan wel als gevolg van verkwisting of het hebben van problematische schulden. Het aantal mensen dat onder bewind is gesteld is ongeveer 254.000 personen, waarvan ca. 63.000 in verband met problematische schulden. De koepels van professionele bewindvoerders hebben aangegeven dat naar schatting driekwart van de totale groep onder bewind gestelden bij professionele bewindvoerders (ca. 2000) is ondergebracht.
Hoewel de regeling en de modelovereenkomst zijn opgesteld in overleg met de koepels van professionele bewindvoerders, betekent dit niet dat de niet-professionele bewindvoerder (dit is in de regel een familielid van de onder bewind gestelde) geen gebruik zou kunnen maken van deze mogelijkheid tot uitstroom. Noch het Burgerlijk Wetboek, noch deze regeling maken onderscheid tussen professionele en niet-professionele bewindvoerders. In de praktijk zullen zorgverzekeraars de modelovereenkomst hanteren bij zowel professionele, als niet-professionele bewindvoerders.
1. Onverminderd artikel 18d, tweede lid, onderdelen a, b en c, van de Zorgverzekeringswet is de bestuursrechtelijke premie, bedoeld in artikel 18d, eerste lid, van die wet niet meer verschuldigd met ingang van de eerste dag van de maand volgende op de maand waarin de verzekeringnemer aan de volgende voorwaarden voldoet:
2. De bestuursrechtelijke premie, bedoeld in artikel 18d, eerste lid, van die wet is wederom verschuldigd met ingang van de eerste dag van de maand volgende op de maand waarin niet meer wordt voldaan aan de voorwaarde, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, c of f, of waarin het bewind is geëindigd niet meer zorg draagt voor voortzetting van de betalingen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel e.
ARTIKEL II
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2019.
Bron: Rijksoverheid
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99