De stellingname van de huiseigenaar/belastingplichtige is:
"...dat artikel 3.113 van de Wet IB 2001 slechts ziet op de tijdelijke verhuur van de gehele eigen woning. Nu in casu slechts een deel van de eigen woning verhuurd wordt, is artikel 3.113 van de Wet IB 2001 niet van toepassing."
De rechtbank stelt voorop dat de tekst van artikel 3.113 van de Wet IB 2001 uitgaat van de tijdelijke verhuur van de gehele woning en niet een deel van de woning. In artikel 3.111, zevende lid, van de Wet IB 2001, is voorts bepaald dat het tijdelijk ter beschikking stellen van een woning aan derden, daaraan het karakter van hoofdverblijf niet ontneemt, zodat de woning nog steeds kwalificeert als eigen woning. Ook deze bepaling ziet op het ter beschikking stellen aan derden van een woning in zijn geheel.
Tot 1 januari 2010 werden voor de periode van terbeschikkingstelling de uit de woning genoten voordelen gesteld op driekwart van de voordelen ter zake van het ter beschikking stellen. Met ingang van 2010 is het bepaalde in artikel 3.113 vereenvoudigd met het oog op de invoering van de vooringevulde aangifte. Bij het bepalen van het voordeel wordt sindsdien aangesloten bij het eigenwoningforfait in artikel 3.112, door dat te vermeerderen met 70 percent van de voordelen ter zake van het ter beschikking stellen. Hierbij is geen regeling getroffen voor het geval een deel van de woning tijdelijk ter beschikking wordt gesteld aan derden. Het eigen woningforfait ziet ook op de eigen woning als geheel en niet op een gedeelte van de eigen woning nu ingevolge het tweede lid van artikel 3.112 het eigen woningforfait wordt bepaald op basis van de waarde ingevolge de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ). Ingevolge het bepaalde in artikel 16 Wet WOZ wordt voor de toepassing van die wet een in eigendom zijnde woning in beginsel als één onroerende zaak aangemerkt.
De rechtbank overweegt dat in het voorliggende geval het tuinhuis niet in aanmerking kan worden genomen bij de heffingsgrondslag voor het inkomen uit sparen en beleggen. De woning wordt immers inclusief het tuinhuis als eigen woning in aanmerking genomen als bestanddeel van het belastbaar inkomen uit werk en woning. De omstandigheid dat ter zake van het tuinhuis niet tevens een voordeel in aanmerking is genomen op de voet van artikel 3.113 van de Wet IB 2001, brengt hierin geen verandering.
Het Hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank dat de huurinkomsten onbelast zijn.
Bron: Rechtspraak
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99