Consument heeft zich op het standpunt gesteld dat de Bank niet heeft voldaan aan deze informatieplicht, nu hij de brieven van de Bank van 1 december 2017 en van 4 december 2017 niet heeft ontvangen. De Commissie volgt de uitspraak van Hoge Raad van 8 januari 2019, ECLI:NL:HR:2019:17, waarin de Hoge Raad het volgende heeft overwogen:
“Ingeval vaststaat dat een mededeling als de onderhavige door middel van een gewone brief over de post is verzonden naar het door de geadresseerde opgegeven adres terwijl er geen aanwijzing is dat bij de verzending mogelijk iets is misgegaan, mag van de geadresseerde worden gevergd dat hij voldoende feitelijke gegevens aanvoert ter staving van zijn stelling dat hij die brief niet heeft ontvangen. De enkele stelling van de geadresseerde dat hij de brief niet heeft ontvangen, is onvoldoende om aan te nemen dat bij de verzending iets is misgegaan.”
In het onderhavige geval is voldoende komen vast te staan dat zowel de aankondiging van het renteaanbod van 1 december 2017 als het renteaanbod van 4 december 2017 door middel van een gewone brief over de post zijn verzonden naar het adres van Consument. Nu aanwijzingen ontbreken dat bij de verzending iets is misgegaan, moet, gelet op het voorgaande, worden voorbijgegaan aan de niet nader gestaafde stelling van Consument dat hij de brieven nimmer heeft ontvangen.
Beslissing
De Commissie wijst de vordering van Consument af.
Bron: Kifid
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99