Het inschakelen en ingeschakeld houden van de Autopilot - die immers rechtstreeks de bedieningsorganen beïnvloedt - brengt mee dat op die wijze of met behulp daarvan de bedieningsorganen worden gehanteerd waardoor de voortbeweging en rijrichting van het motorvoertuig worden beïnvloed. Het gebruikmaken van een dergelijk systeem betekent dat de betrokkene als feitelijk bestuurder dient te worden aangemerkt.
De kantonrechter oordeelde eerder al dat in de Wegenverkeerswet is bepaald dat de bestuurder van een motorrijtuig degene is die het motorrijtuig bestuurt of degene die wordt geacht het motorrijtuig onder zijn onmiddellijk toezicht te doen besturen. In dit geval was het de man die bepaalt waar de auto heen gaat en hoe de auto moet handelen in noodsituaties. Dat maakt hem de feitelijke bestuurder. Daarnaast verwijst de kantonrechter naar een citaat van de website van Tesla Nederland. “Bij gebruik van Autopilot moet de bestuurder altijd zelf opletten en actief blijven en gereed zijn elk moment in te grijpen.” Bovendien heeft de man verklaard dat hij, als degene die op de bestuurdersplaats zit, regelmatig het stuur moet vastpakken aangezien de auto anders een signaal geeft en na drie signalen het Autopilot-systeem zichzelf uitschakelt.
De WVW 1994 en het RVV 1990 kennen twee soorten bestuurders die voor het onderscheid worden aangeduid als feitelijk bestuurder of juridisch bestuurder:
Over de wijze van voortbewegen of de mate van beïnvloeding is ook de nodige jurisprudentie verschenen, onder meer kan als bestuurder van een motorrijtuig worden aangemerkt het duwen of aan de hand meevoeren van een motorrijtuig, het zitting hebben achter het stuur van een gesleept motorrijtuig en het aantrekken van de handrem.
De hiervoor genoemde regelgeving beperkt het begrip juridisch bestuurder limitatief tot de rijinstructeur en de examinator.
De automobilist wordt in het ongelijk gesteld en de verkeersboete blijft gehandhaafd.
Bron: Rechtspraak.nl
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99