Volgens de Geschillencommissie van Kifid betekent dit dat de klasse waarop de hoogte van de op- en afslagen is gebaseerd consistent moet worden toegepast. De hoogte van de op- en afslagen in de contractrente en de vergelijkingsrente zou hierdoor kunnen afwijken.
De Geschillencommissie geeft in een tweetal uitspraken een nadere uitleg aan de Leidraad van de AFM, die op het punt van het consistent toepassen van op- en afslagen door banken verschillend wordt uitgelegd. In de kern komt het erop neer dat de bank geen hogere vergoeding in rekening mag brengen dan haar financiële nadeel.
De Leidraad stelt dat banken voor een boeterenteberekening op- en afslagen consistent moeten toepassen. De praktijk leert dat dit door consumenten en banken verschillend wordt uitgelegd. Geldverstrekker DD gaat voor zijn berekening uit van het consistent toepassen van de hoogte van op- en afslagen. Zij laten de op- en afslagen buiten beschouwing. Het opslag- of afslagpercentage in de contractrente en de vergelijkingsrente zijn dan gelijk.
Geldverstrekker FF gaat voor de boeterenteberekening uit van het consistent toepassen van de klasse waarop een op- of afslag is gebaseerd. Wanneer bij het afsluiten van de hypotheek sprake was van een LTV-klassse (Loan-to-Value klasse) van 100% met een daarbij behorende opslag van 0,2%, dan wordt dit percentage meegenomen in de contractrente. Voor de vergelijkingsrente wordt gerekend met de hoogte van de opslag zoals die geldt voor de LTV-klasse van 100% ten tijde van de tussentijdse rentewijziging (fictieve aflossing). Dus als op dat moment bij een LTV-klasse van 100% gerekend wordt met 0,3% opslag, dan wordt in de vergelijkingsrente ook gerekend met 0,3%. Het opslag- of afslagpercentage in de contractrente kan anders zijn dan in de vergelijkingsrente, omdat de klasse het uitgangspunt is voor consistente toepassing.
De Geschillencommissie zag zich in deze klachtzaken opnieuw gesteld voor de vraag ‘Hoe moeten op- en afslagen consistent worden toegepast volgens de AFM-Leidraad?’ . Mede in het licht van het AFM-rapport “Uitkomsten onderzoek naar de vergoeding voor vervroegde aflossing van de hypotheek” concludeert de Geschillencommissie dat bij de berekening van de vergoeding voor vervroegde aflossing de vergelijkingsrente gebaseerd moet zijn op dezelfde klasse als waarop de contractrente is gebaseerd. Hiermee volgt de Geschillencommissie de wijze waarop geldverstrekker FF de Leidraad heeft toegepast en komt zij terug op het standpunt uit eerdere uitspraken.
Voor de consument met een tussentijdse rentewijziging bij geldverstrekker DD betekent dit dat de bank een nieuwe boeterenteberekening moet maken, zo blijkt uit uitspraak GC 2019-550. De bank moet bij de herberekening uitgaan van een vergelijkingsrente die is gebaseerd op de standaardrente, zoals die op het moment van oversluiten gold vermeerderd met een productopslag van op dat moment 0,2%. Voor de consument met een tussentijdse rentewijziging bij geldverstrekker FF heeft de bank de boeterente op de juiste manier berekend, zo blijkt uit uitspraak GC 2019-549.
Bron: Kifid
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99