Sociale partners hebben toen (2009) geconcludeerd dat een generieke regeling voor zware beroepen zowel uitvoeringstechnisch als inhoudelijk niet is uit te werken. Uiteindelijk is samen met sociale partners geconcludeerd dat een generieke regeling voor zware beroepen, gekoppeld aan de AOW, geen begaanbare weg is.
Waarom wordt de AOW-leeftijd alleen naar boven bijgesteld bij een hogere levensverwachting en niet naar beneden bijgesteld als de levensverwachting daalt?
In de wet is vastgelegd op welke wijze verhoging van de AOW-leeftijd is gekoppeld aan de resterende levensverwachting op 65 jaar. Om te voorkomen dat de AOW-leeftijd bij elke wijziging van de resterende levensverwachting zou kunnen wijzigen, is gelet op de meerjarige trend van een stijgende levensverwachting gekozen voor de systematiek in de wet waarbij de AOW-leeftijd pas stijgt als sprake is van een stijging van de levensverwachting van meer dan 3 maanden. Bij een kleinere stijging of daling blijft de AOW-leeftijd gelijk. Op die manier wordt voorkomen dat de AOW-leeftijd van jaar op jaar zou gaan schommelen en mede zou gaan afhangen van toevallige uitschieters in levensverwachting en sterftecijfers.
Gemiddeld genomen zijn landelijke regelingen voldoende om in de basisbehoeften te voorzien, waarbij ook ruimte is voor reserveringsuitgaven en sociale participatie. De AOW is geen vetpot, maar wel een uitkering waarvan men rond kan komen. Ouderen met specifieke kosten kunnen terecht bij de gemeenten. Binnen het armoede en schuldenbeleid krijgen gemeenten de ruimte om de beschikbare middelen uit te geven op een wijze die passend is bij de lokale situatie, bijvoorbeeld door de bijzondere bijstand.
Eerder is aandacht gevraagd voor de mensen die hun pensioen naar voren hebben gehaald en net voor de AOW-leeftijd zitten. Zij ontvangen tijdelijk een hogere uitkering en komen daarmee bij verlaging van de AOW-leeftijd in botsing met de Pensioenwet.
Er blijkt een kleine technische wijziging van de pensioenwetgeving en de Wet op de loonbelasting 1964 noodzakelijk. Via deze wijziging krijgen betreffende mensen de mogelijkheid om de mate van variatie van reeds ingegaan pensioen aan te passen indien zij na de ingang van het pensioen te maken krijgen met een aanpassing van de AOW-leeftijd. Dit is al mogelijk voor een stijging van de AOW-leeftijd, en wordt dus ook mogelijk gemaakt voor een daling. Maar niet iedereen zal de mate van variatie willen aanpassen, bijvoorbeeld als het om een zeer beperkt effect gaat op de levenslange pensioenuitkering. Strikt genomen voldoet de pensioenregeling dan niet langer aan de pensioen- en fiscale wetgeving. Ook dit zal worden aangepast, er zal worden geregeld dat mag worden uitgegaan van de AOW-leeftijd die van toepassing was vóór de verlaging van de AOW-leeftijd. Deze wijzigingen zullen worden meegenomen in de onderhanden zijnde Verzamelwet SZW 2020. De beoogde inwerkingtredingsdatum is 1 januari 2020.
Bron: Rijksoverheid
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99