Vernietiging van clausule 272 leidt ertoe dat er in het geheel geen garantie tegen onderverzekering zou zijn overeengekomen. In dat geval is artikel 8 onverkort van toepassing. De strekking van dat artikel komt overeen met artikel 7:958 lid 5 BW, waarin is bepaald dat als het bedrag van de verzekerde som lager is dan de waarde die aan de schadeberekening ten grondslag ligt, de vergoeding van de schade wordt verminderd naar evenredigheid van hetgeen dat bedrag lager is dan de waarde. Op grond van deze artikelen kan niet meer worden uitgekeerd dan het verzekerde bedrag en dat is wat verzekeraar heeft gedaan.
Een gedeeltelijke vernietiging van clausule 272, zoals verzekeringnemer wenst, is niet aan de orde. Clausule 272 regelt dat de verzekerde in afwijking van de wet, ondanks onderverzekering, toch recht kan hebben op volledige schadevergoeding. Het staat de verzekeraar vrij aan dit recht voorwaarden te verbinden. De voorwaarde dat de inboedelwaardemeter juist moet zijn ingevuld, is in dit verband een volstrekt logische en redelijke voorwaarde. De grond voor vernietiging is dat verzekeringnemer geen kennis heeft kunnen nemen van de clausule. Dit gaat om de gehele clausule, dus zowel het gedeelte waarin is bepaald dat bij onderverzekering de uitkering gelijk is aan het vastgestelde schadebedrag als voor het gedeelte dat daaraan de voorwaarde verbindt dat de inboedelwaardemeter juist is ingevuld. Als alleen het gedeelte van deze clausule wordt vernietigd waarin de voorwaarde tot toepassing van deze clausule is geformuleerd, zou verzekeraar gebonden zijn aan een polisvoorwaarde die zij niet overeengekomen is en die zij ook niet zo heeft willen overeenkomen.
Verzekeringnemer stelt dat verzekeraar er al in november 2016 van op de hoogte was dat hij de waarde van de inboedel niet juist had opgegeven en daarmee tekort was geschoten in zijn mededelingsplicht. Op grond van artikel 7:929 lid 1 BW had verzekeraar hem binnen de wettelijke termijn van twee maanden na deze ontdekking moeten wijzen op de gevolgen van deze tekortkoming. Dat heeft zij niet gedaan. Daarom kan verzekeraar niet meer de uitsluiting van de garantieverzekering inroepen.
Dit beroep op artikel 7:929 lid 1 BW gaat niet op. Verzekeraar heeft benadrukt dat haar beslissing niet gebaseerd is op schending van de mededelingsplicht als bedoeld in artikel 7:928 BW. In dat artikel gaat het om de verplichting feiten en omstandigheden mee te delen die voor de verzekeraar van belang zijn om het risico te kunnen beoordelen. Bij de opgave van de waarde van de inboedel gaat het daar niet om. De waarde van de boedel is slechts van belang voor het bepalen van de hoogte van de verzekerde som en de in verband daarmee te betalen premie. Voor het geval dat - zoals in dit geval - de waarde te laag is opgegeven, bepaalt artikel 7:958 lid 5 BW dat de vergoeding van de schade wordt verminderd naar evenredigheid van hetgeen dat bedrag lager is dan de waarde.
De rechter stelt verzekeringnemer in het ongelijk.
Bron: Rechtspraak.nl
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99