Consumenten hebben echter geen actie ondernomen om hun ORV aan te passen dan wel over te sluiten. De Commissie overweegt dat de omstandigheden in de levensverzekeringsmarkt aanleiding hadden moeten geven tot een actieve houding van de Adviseur, in ieder geval in de vorm van het attenderen van de Consument op de premiedalingen en hem desgewenst uit te nodigen voor een oriënterend gesprek.
Deze zorgplicht is niet nagekomen.
De Commissie acht het redelijk dat voor een dergelijk gesprek advieskosten in rekening kunnen worden gebracht.
Ondanks de schending van de zorgplicht wordt de vordering tot schadevergoeding niettemin afgewezen. Dit omdat niet kan worden vastgesteld dat Consument, indien hij door de Adviseur tijdig op de hoogte was gesteld van de ontwikkelingen op de verzekeringsmarkt en in het bijzonder de daling van de premies voor overlijdensrisicoverzekeringen, de wens had dat hij zijn verzekering tegen een lagere premie voort zou zetten, dan wel kon voortzetten.
Vooropgesteld moet worden dat de Adviseur als assurantietussenpersoon op grond van artikel 7:401 Burgerlijk Wetboek (BW) tegenover zijn opdrachtgevers verplicht is om bij zijn werkzaamheden de zorg te betrachten die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend assurantietussenpersoon verwacht mag worden. Het is zijn taak daarbij te waken voor de belangen van de verzekeringnemers bij de tot zijn portefeuille behorende verzekeringen.
Uit de hiervoor omschreven zorgplicht vloeit voort dat een assurantietussenpersoon is gehouden om periodiek aandacht te besteden aan de verzekeringen in zijn portefeuille. De omvang van die verplichting is afhankelijk van wat partijen daarover zijn overeengekomen en van de omstandigheden van het geval, zoals de aard van de verzekeringen en de omvang van de provisie die voor het beheer van de verzekeringen wordt ontvangen. De Commissie is van oordeel dat de eenvoudige aard van een ORV en het verdienmodel waarbinnen het portefeuillebeheer geplaatst moet worden, in het onderhavige geval meebrengt dat de verplichting beperkt van omvang is.
De Adviseur geeft aan dat in de afgelopen jaren op verschillende momenten contact is geweest met Consument. In deze contactmomenten is de bestaande hypotheek doorgenomen. Daarnaast zijn er algemene mailings aan Consument verstuurd. Tijdens de afspraken en naar aanleiding van de berichten zijn door Consument geen vragen gesteld over de premie voor de ORV. Hoewel de Adviseur daarmee aanvoert dat hij aan de beperkte verplichting heeft voldaan, volgt de Commissie de Adviseur hierin niet. In onderhavige zaak gaat het met name om externe omstandigheden (de ontwikkelingen in de levensverzekerings-markt) die aanleiding hadden moeten geven tot een (meer) actieve houding van de Adviseur. In geen van de contactmomenten is Consument geattendeerd op de premieverlagingen die zichtbaar waren in de levensverzekeringsmarkt. Dit mag van de Adviseur wel worden verwacht. Zeker nu deze informatie gemakkelijk kon worden besproken in de contact-momenten met Consument of via een algemene mailing kon worden medegedeeld. Hierbij had Consument desgewenst uitgenodigd kunnen worden voor een oriënterend gesprek.
Artikel 4:20 lid 3 Wet op het financieel toezicht bepaalt onder andere dat een financiële dienstverlener gedurende de looptijd van de overeenkomst verplicht is informatie te verstrekken aan consument voor zover dit redelijkerwijs relevant is voor een adequate beoordeling van het product. De Adviseur heeft zich op het standpunt gesteld dat onder de onderhavige informatieverplichting niet valt de verlaging van de tarieven van ORV’s in het algemeen nu de premie van het product zelf niet wijzigt. De Commissie volgt dit standpunt van de Adviseur niet. Ook deze wetsbepaling is een grondslag voor de verplichting om op enig moment met Consument contact op te nemen om te onderzoeken of de verzekering als gevolg van premiewijzigingen aanpassing behoeft. Voor een adequate beoordeling van het product is naar het oordeel van Commissie niet alleen de premie van het product zelf van belang maar ook de premieontwikkelingen in de, in dit geval, levensverzekeringsmarkt.
Het is aan Consument om aan te tonen dat hij schade heeft geleden als een gevolg van de zorgplichtschending. Sinds het moment dat Consument op de hoogte was van een mogelijke zorgplichtschending, dit is in ieder geval vanaf oktober 2018, heeft Consument geen actie ondernomen om zijn ORV aan te passen dan wel over te sluiten. Hierdoor is het onduidelijk gebleven of Consument, wanneer hij eerder was geattendeerd op de premiedalingen bij ORV’s, zijn ORV had aangepast of overgesloten. Los daarvan is onbekend gebleven of in zijn situatie een aanpassing of oversluiting mogelijk was, gezien dit van vele factoren afhankelijk is. De Commissie is daarmee van oordeel dat onvoldoende is aangetoond dat bij het eerder attenderen op premiedalingen Consument daadwerkelijk een lagere premie had hoeven te betalen.
De conclusie is dat de Adviseur bij zijn werkzaamheden niet de zorg heeft betracht die van een redelijk handelend en redelijk bekwaam assurantietussenpersoon mag worden verwacht. Evenwel is niet komen vast te staan dat Consument als gevolg hiervan schade heeft geleden. De Commissie wijst de vordering van Consument daarom af.
================================
Sinds het moment dat Consument op de hoogte was van een mogelijke zorgplichtschending, dit is in ieder geval vanaf oktober 2018, heeft Consument direct actie ondernomen om zijn ORV aan te passen dan wel over te sluiten. Hierdoor staat naar het oordeel van de Commissie vast dat Consument, wanneer hij eerder was geattendeerd op de premiedalingen bij ORV’s, zijn ORV had aangepast of overgesloten. De Commissie is daarmee van oordeel dat voldoende is aangetoond dat bij het eerder attenderen op premiedalingen Consument daadwerkelijk een lagere premie had hoeven te betalen.
Op pragmatische gronden en bij gebreke van de mogelijkheid exact vast te stellen op welk moment en tegen welke premie het oversluiten zou hebben plaatsgevonden als de Adviseur Consument eerder had geïnformeerd, stelt de Commissie bij wijze van schatting de totale gemiste premiebesparing vast op een bedrag van € 942,-. [Zie uitspraak voor verdere onderbouwing.]
Bron: Kifid
Redactie Fintool: Op casus 1 valt wel wat af te dingen (in het voordeel van Consument). Consument was via een consumentenprogramma op 6 oktober 2018 op de hoogte van de mogelijke premiebesparing. Vervolgens heeft Consument in een brief van 31 oktober 2018 een klacht ingediend bij diens adviseur. Kifid wijst de klacht af op "...dit is in ieder geval vanaf oktober 2018, heeft Consument geen actie ondernomen om zijn ORV aan te passen dan wel over te sluiten." Op 16 december 2018 had Consument de klacht bij Kifid aanhangig gemaakt.
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99