In het voorstel wordt straks voor het eerst gerekend met de werkelijke verhouding tussen spaargeld, beleggingen en schulden van de belastingplichtige. Dit betekent dat de belasting over spaargeld wordt vastgesteld aan de hand van de werkelijke hoeveelheid spaargeld. Over deze werkelijke hoeveelheid spaargeld wordt dan een vooraf vastgestelde rente berekend, die zoveel mogelijk aansluit bij de werkelijke spaarrente en daardoor ook vele malen lager is dan dat op beleggingen. Dit zou op dit moment bijvoorbeeld maar 0,09% zijn. Hierdoor gaan circa 1,35 miljoen mensen straks helemaal geen belasting meer betalen. Het voorstel is daarnaast zo vormgegeven dat de kleine beleggers (onder de 30.000 euro) die nu geen belasting betalen dat straks ook niet hoeven. Voor degenen die wel belasting blijven betalen wordt het tarief circa 33%.
Het nieuwe stelsel is zo ontworpen dat de voordelen van het huidige systeem behouden blijven, zoals de vooraf ingevulde aangifte. Het nieuwe systeem is wel gevoeliger voor belastingontwijking. Er worden dan ook maatregelen genomen om dit tegen te gaan, de zogenaamde anti-arbitragemaatregelen.
Bron: Rijksoverheid
In een 'whitepaper' gaan we nader in op de voor- en nadelen van het beoogde voorstel. Middels een rekenmodel kan een en ander berekend worden en is er een vergelijking tussen het huidige stelsel en BP2022 zichtbaar.
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99