MijnFintool

Nieuws

Tijdbom onder premievrije risicoverzekeringen

De overlijdensrisicoverzekering van Consument is wegens een premieachterstand premievrij gemaakt. Na het overlijden van de echtgenoot van Consument keert Verzekeraar de (lagere) premievrije waarde uit.

Consument vordert uitkering van het volledig verzekerd bedrag. De Commissie oordeelt, onder verwijzing naar de uitspraak van de Commissie van Beroep van 6 mei 2019 (2019-016), dat de aanmaning van Verzekeraar niet aan de eis van artikel 7:980 lid 1 BW voldoet. Verzekeraar heeft namelijk een termijn gehanteerd van 30 dagen in plaats van ‘een maand’.

Verzekeraar heeft de verzekering daarom ten onrechte premievrij gemaakt.

Verjaring

Het beroep op verjaring van wordt verworpen. De Commissie is van oordeel dat artikel 7:985 BW van toepassing is omdat dit een specifiek artikel is voor verjaring van de levensverzekering. Hierbij geldt – anders dan de termijn uit boek 3 BW – een verjaringstermijn van vijf jaar.

Zoals uit de vordering van Consument volgt, vordert zij uitkering onder de verzekeringsovereenkomst. Omdat de verzekering niet rechtsgeldig is opgezegd, liep zij door. De uitkering onder de verzekering is door het overlijden van de echtgenoot van Consument opeisbaar geworden op [datum] 2016 en Consument heeft zich op 3 oktober 2018 bij Verzekeraar gemeld met haar klacht. Daarmee is de vordering van Consument binnen vijf jaar en dus tijdig ingesteld en komt Verzekeraar geen beroep op verjaring toe.  

Polis

De verzekering is per 1 november 2010 beëindigd. Bij brief van 24 mei 2013 verzonden naar het adres meldt Verzekeraar dat de verzekering premievrij wordt voortgezet met een verzekerde som van € 14.188,-. De heer (verzekerde) [naam partner] overlijdt op [datum] 2016.

Beslissing

Tijdens de mondelinge behandeling is vast komen te staan dat de premie van de maand september 2011 niet is betaald. De maanden oktober, november en december van dat jaar zijn wel door Consument voldaan. Dit betekent dat Consument nog over 62 maanden premie ad € 116,21 verschuldigd is. Op het resterend kapitaal van € 183.812,- zal een bedrag van € 7.205,02 in mindering worden gebracht. Verzekeraar dient derhalve aan Consument een bedrag van € 176.606,98 te voldoen.

Door Consument wordt vanaf [datum] 2016 wettelijke rente over de resterende uitkering gevorderd. Nu deze vordering door Verzekeraar niet is betwist, wijst de Commissie de wettelijke rente over € 176.606,98 vanaf [datum] 2016 tot de dag der algehele voldoening toe.

 

Bron: Kifid

Reacties

Er zijn (nog) geen reacties op dit artikel

Reageren? Graag eerst inloggen.

Permanent Actueel met Fintool?

Als professioneel financieel adviseur moet en wilt u bijblijven en dat het liefst in zo weinig mogelijk (kostbare) tijd. Dat kan nu met Fintool.nl! Meld u nu aan als abonnee en krijg direct toegang tot de Kennisbank en Helpdesk.
Lees verder

Fintool bv © 2003/2025. Alle rechten voorbehouden.
Lees graag de leveringsvoorwaarden en het privacy reglement.

1
1