X is tot 6 september 2011 gehuwd geweest met mevrouw [Y] (hierna: ex-echtgenote). Beiden waren in 2014 en 2015 voor de onverdeelde helft eigenaar van de woning aan het adres [adres] te [Z] (hierna: de woning). Eiser en zijn ex-echtgenote waren in 2014 en 2015 geen fiscaal partner. Eiser heeft gedurende 2014 en 2015 in de woning gewoond. Zijn ex-echtgenote is met ingang van 18 september 2012 uit de woning vertrokken. De woning is begin 2016 verkocht.
In het kader van de echtscheiding hebben X (achterblijvende partij/bewoner) en zijn ex-echtgenote (vertrokken partij) een echtscheidingsconvenant opgesteld. In dit convenant hebben eiser en zijn ex-echtgenote over en weer afstand gedaan van hun rechten op alimentatie ten opzichte van elkaar.
In artikel 9 van het echtscheidingsconvenant is het volgende bepaald:
"Zoals in art. 6 lid 2 vermeld wordt de echtelijke woning (adres [adres] ) niet verdeeld, en wordt vooralsnog door beide partijen bewoond.
De hypothecaire leningen worden niet toegescheiden en de bank ontslaat de vrouw derhalve niet uit haar hoofdelijke verplichtingen jegens de hypotheekhouder.
Bij de uiteindelijke verkoop komen de kosten verbonden aan deze verkoop van de onroerende zaak voor gezamenlijke rekening van partijen. Het resterende saldo na verkoop zal evenredig over beide partijen worden verdeeld.
Tot het moment van verkoop verplicht de bewoner zich om de woning te onderhouden en te verzekeren op dezelfde wijze als voor het moment van de echtscheiding.”
"X" stelt dat hij heeft begrepen dat hij een en ander gelet op de wetsystematiek niet op de juiste manier met zijn ex-echtgenote heeft geregeld. Hij wijst erop dat achteraf beschouwd de juiste oplossing was geweest als in het echtscheidingsconvenant een “cirkelconstructie” was afgesproken in de zin dat hij en zijn ex-echtgenote ieder 50% van de volledige hypotheekrente hadden betaald en hij 50% van het bedrag aan hypotheekrente als partneralimentatie aan zijn ex-echtgenote had betaald. Zijn ex-echtgenote zou dan de ontvangen alimentatie als inkomen hebben moeten opgeven en dan had zij de door haar betaalde 50% van de hypotheekrente wel van haar inkomen kunnen aftrekken, waarmee de cirkel rond was geweest. Voor de “schatkist” zou het financieel effect tussen de manier waarop het is gelopen en de manier waarop het blijkbaar had moeten worden geregeld een marginaal verschil betekenen.
De inspecteur stelt zich op het standpunt dat de rechtbank een juiste beslissing heeft genomen. Nu belanghebbende en zijn ex-partner in de onderhavige jaren beiden onverdeeld eigenaar waren van de woning komt aan belanghebbende voor die jaren een aftrek van hypotheekrente toe voor de helft van de hypotheekschuld. Daaraan doet niet af dat indien belanghebbende en zijn ex-partner een zogenoemde ‘cirkelconstructie’ zouden zijn overeengekomen, hij in aanmerking had kunnen komen voor een persoonsgebonden aftrek (partneralimentatie) ter grootte van de (andere) helft van de hypotheekrente. Uit het echtscheidingsconvenant volgt immers dat voor deze weg niet is gekozen.
De rechter stelt de Belastinginspecteur in het gelijk en stelt de hypotheekrenteaftrek op 50%, conform het aandeel van belastingplichtige in de woning.
Bron: Rechtspraak.nl
[Fintool: de man had 50% van de hypotheekrente als betaalde alimentatie willen opvoeren. De vrouw had deze ontvangen alimentatie als belast inkomen op moeten voeren. Met de ontvangen alimentatie kon zij haar aandeel in de hypotheekrente voldoen. Effectief vallen de aftrekpost en belaste post 'tegen elkaar weg', behoudens IB tariefverschillen. Per saldo levert het geen IB voordeel op, evenals in de huidige situatie waarbij de man de gehele hypotheekrente voor zijn rekening neemt. Daarnaast werkt deze constructie niet, doordat er geen alimentatieverplichting is vastgelegd.]
X: betaalt €500 hypotheekrente
Y: betaalt €500 hypotheekrente, na 24 maanden (echtscheidingsregel) geen aftrekpost meer
X: betaalt €500 alimentatie, aftrekpost, stel IB% 40%, teruggave €200
Y: ontvangt €500 alimentatie, waarmee aandeel in hypotheekrente betaald kan worden.
Y: betaalt IB heffing
Voordeel: X betaalt 'slechts €300 netto aan ex-partner, in plaats van €500 aan de bank. Per saldo een plus van €200
Nadeel: Y ontvangt €500 alimentatie, betaalt IB €200 en betaalt geldverstrekker €500. Per saldo een min van €200
Gezamenlijk nihil.
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99