De afbouw betekent dat voor kleinverbruikers, vanaf 1 januari 2023, de invoeding van elektriciteit op het net niet langer volledig tegen hun afname van elektriciteit van het net wordt gesaldeerd. In plaats daarvan wordt nog een percentage van de elektriciteit die op het net wordt ingevoed gesaldeerd met de afname van dat net via dezelfde aansluiting. Dit percentage wordt geleidelijk afgebouwd naar nul op 1 januari 2031. De hoogte van het percentage per jaar is opgenomen in artikel 50, tweede lid, van de Wet belastingen op milieugrondslag. Het wetsvoorstel bevat nog niet de definitieve percentages voor de afbouw omdat deze pas op basis van de Klimaat- en Energie Verkenning 2019 (KEV2019) kunnen worden vastgesteld. Deze KEV2019 verschijnt naar verwachting op vrijdag 1 november 2019.
Bovendien is voor deze afbouw nodig dat alle kleinverbruikers een meetinrichting hebben die de afname en invoeding van elektriciteit op het net apart kan meten. Met dit wetsvoorstel wordt daarom vanaf 1 januari 2021 verplicht dat kleinverbruikers zo een meetinrichting hebben. De verwachting is nu dat eind 2020 circa 80% van alle kleinverbruikers over een slimme meter beschikt als resultaat van de huidige aanbieding van de slimme meter door de netbeheerders aan alle kleinverbruikers. De resterende circa 20% die op 1 januari 2021 niet een slimme meter hebben, zal tussen 1 januari 2021 en 1 januari 2023 een aanbod van hun netbeheerder krijgen om een geschikte meter te laten installeren die aan de verplichting voldoet dat afname en invoeding apart kan worden gemeten.
Klik hier voor de internetconsultatie.
Bron: Rijksoverheid
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99