[eiser = huiseigenaar = hypotheekgever]
Anders dan [eiser] onder verwijzing naar het door hem aangehaalde arrest van gerechtshof Amsterdam betoogt, gold ten tijde van de hypotheekverstrekking geen algemene en dwingendrechtelijke norm dat een hypotheek maximaal 4 á 5 maal het bruto jaarinkomen mocht bedragen. De norm zoals neergelegd in artikel 4:34 Wft houdt in dat de aanbieders van krediet zich ervan dienen te vergewissen dat sprake is van een verantwoorde kredietverstrekking. Ter invulling van deze open norm gold destijds de branchecode “Gedragscode Hypothecaire Financieringen” van 1 januari 2007 (verder: de GHF 2007) die een norm formuleert voor de maximaal toelaatbare woonlasten bij het verstrekken van een standaard hypothecaire geldlening.
Op grond van artikel 6.3 van de GHF 2007 diende de kredietverstrekker het maximale bedrag van de bruto lasten verbonden aan een hypothecaire financiering vast te stellen aan de hand van actuele door het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) vastgestelde woonlastpercentages die aangeven hoeveel procent van het (gezamenlijk) inkomen de geldnemer bij een bepaalde rentestand volgens het Nibud verantwoord aan woonlasten kan betalen (de woonquote).
Tegen deze achtergrond heeft geldverstrekker, hoewel de GHF 2007 gelet op het bepaalde in artikel 2 strikt genomen niet van toepassing is op dit geval omdat het gaat om een maatwerkhypotheek en geen standaardhypotheek, inzichtelijk gemaakt dat zij zich bij de verstrekking van de hypothecaire geldlening heeft gehouden aan de destijds door de banken aangehouden GHF 2007 en de toen geldende Nibud-woonlastpercentages.
De verstrekte hypothecaire geldlening bedraagt € 950.000,00 tegen een rentepercentage van 4,7% op jaarbasis. De rentelasten van [eiser] onder de hypothecaire geldlening bedragen derhalve € 44.650,00 op jaarbasis, hetgeen leidt tot een woonquote van 35,9%.
Krachtens de financieringstabel 2007 van het Nibud betrof de toegestane woonquote voor klanten met een inkomen van € 100.000,00 35,9%. Hoewel deze tabel niet verder gaat dan inkomens van € 100.000,00, volgt uit het voorgaande dat geen sprake is van een onverantwoorde kredietverstrekking door geldverstrekker. Immers, de toegestane woonquote bij een inkomen van € 100.000,00 wordt niet wordt overschreden, terwijl het toetsinkomen van [eiser] en [echtgenote eiser] met een bedrag van € 24.416,00 hoger was, en uit de tabel valt af te leiden dat een hoger inkomen tot een hogere maximale woonquote leidt.
De rechtbank wijst de vordering af.
Bron: Rechtspraak.nl
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99