Pensioenfondsen zijn verplicht om een vereist eigen vermogen (VEV) aan te houden. Bij een dekkingsgraad van honderd procent kan een pensioenfonds in beginsel aan alle pensioenverplichtingen voldoen. Daarboven hebben fondsen een buffer om tegenvallers op te vangen. De financiële situatie van een groot aantal pensioenfondsen is op dit moment kwetsbaar. De gemiddelde dekkingsgraad schommelt eind oktober rond honderd procent. Dat betekent dus dat er geen buffer is om tegenvallers op te vangen. Fondsen die niet voldoen aan de VEV-vereiste moeten een herstelplan inleveren bij De Nederlandsche Bank. Hierin moet worden aangegeven hoe het fonds binnen tien jaar weer voldoet aan de VEV-vereiste. De VEV-hersteltermijn wordt in 2020 tijdelijk verlengd van tien naar twaalf jaar. Kortingen op grond van het VEV-vereiste vallen daardoor naar verwachting lager uit of zijn niet langer van toepassing. De dekkingsgraad op 31 december 2019 is hiervoor bepalend. Garanties op het volledig voorkomen van kortingen kunnen niet worden geven. De economische ontwikkelingen in de wereld zijn immers van grote invloed.
Het vereist eigen vermogen kent een minimum van ongeveer 104,3 procent. Dit is het zogenoemde minimaal vereist eigen vermogen (MVEV). Pensioenfonds die langer dan vijf jaar (zes meetmomenten) te weinig vermogen hebben, moeten maatregelen nemen. In het pensioenakkoord is, vooruitlopend op het nieuwe pensioencontract, afgesproken dat fondsen tijdelijk geen korting hoeven doorvoeren bij een dekkingsgraad onder de honderd procent. Het kabinet stelt het eerstvolgende MVEV-meetmoment met één jaar uit. Pensioenfondsen die op 31 december 2019 voor het zesde meetmoment op rij een te lage dekkingsgraad hebben, hoeven daarom in 2020 geen korting door te voeren op grond van het zogenoemde minimaal vereist eigen vermogen.
Aan bovenstaande ministeriële regeling zijn een aantal eisen verbonden. Ten eerste geldt de regeling voor het jaar 2020, waarin het pensioenakkoord uitgewerkt wordt. Ten tweede is er een ondergrens waaronder fondsen wel onvoorwaardelijk moeten korten. Ten derde moeten fondsen verantwoorden waarom gebruik van de regeling evenwichtig is voor alle deelnemers.
Bron: Rijksoverheid
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99