Op 18 december 2018 heeft Verzekeraar Consument als volgt bericht:
“Wij hebben uw verzekering stopgezet U hebt een betalingsachterstand van meer dan 30 dagen. Daarom hebben wij uw verzekering stopgezet per 21 september 2018. U kunt geen gebruik meer maken van uw verzekering.”
Op 29 december 2018 heeft Consument een e-mail gestuurd aan Verzekeraar met het verzoek om een opgave van de openstaande premies.
Vervolgens heeft Verzekeraar Consument op 31 december 2018 per e-mail bericht: “U vroeg ons om een overzicht van de nog te betalen maandpremies. In deze e-mail leest u onze reactie. Helaas is de verzekering inmiddels stopgezet De achterstand was dermate hoog dat de polis om die reden is beëindigd. Het spijt me dat ik geen beter bericht heb voor u.”
Vervolgens hebben Verzekeraar en Consument veelvuldig met elkaar gecorrespondeerd over het standpunt van Verzekeraar. Op 18 maart 2019 heeft Verzekeraar Consument per e-mail bericht hij zijn standpunt handhaaft en dat de verzekering per 20 september 2018 is stopgezet.
Consument kan zich niet verenigen met dit besluit en heeft de klacht voorgelegd aan het Kifid.
Consument stelt dat zij de brief van 17 oktober en 17 november 2018 nooit heeft ontvangen. Kortom, Consument betwist dat de herinnering en aanmaning haar hebben bereikt. Consument voert aan dat zij eerdere herinneringsbrieven wel had ontvangen en daarna altijd meteen de premie alsnog voldeed. Bovendien heeft Consument na ontvangst van de brief van 18 december 2018 waarin Verzekeraar Consument informeert dat de verzekering per 21 september 2018 is beëindigd, contact opgenomen met Verzekeraar om de premie alsnog te voldoen.
Verzekeraar heeft tijdens de procedure kopieën overgelegd van de herinneringsbrief van 17 oktober en de aanmaningsbrief van 17 november 2018. Dit bewijst enkel dat de brieven zijn verzonden, maar niet dat ze daadwerkelijk zijn ontvangen. De Verzekeraar had dit bijvoorbeeld kunnen bewijzen door de brieven per aangetekende post te verzenden.
De verwijzing naar de uitspraak van de Geschillencommissie GC 2019-512 maakt dit niet anders.1
Alles overziend, moet de Commissie dan ook vaststellen dat Verzekeraar niet is geslaagd in het bewijs dat hij Consument tijdig heeft aangemaand in de zin van artikel 7:934 BW en niet als vaststaand kan worden aangenomen dat hij Consument heeft gewezen op het risico van de beëindiging van de verzekering.
De Commissie komt tot de slotsom dat Verzekeraar binnen vier weken na dagtekening van deze uitspraak de verzekering met terugwerkende kracht herstelt, een overzicht van de nog te betalen premie aan Consument verstuurt en een formulier aan Consument verstrekt voor het afgeven van een nieuwe machtiging voor een automatische incasso.
Bron: Kifid
1 uitspraak GC2019-512 De Commissie oordeelt dat vast is komen te staan dat de Bank zowel de aankondiging van het renteaanbod als het rente-aanbod tijdig per gewone brief over de post heeft verzonden naar het adres van Consument. Nu aanwijzingen ontbreken dat bij de verzending iets is misgegaan, moet worden voorbijgegaan aan de niet nader gestaafde stelling van Consument dat hij de brieven nimmer heeft ontvangen. De Bank heeft voldaan aan de informatieverplichting, zoals neergelegd in artikel 68b lid 1 BGfo.
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99