In de eerdere bevestigingsbrief (2016) is vermeld dat de rente per rentevastperiode via rentemiddeling één keer gewijzigd kon worden en dat dat pas weer zou kunnen na 1 december 2026.
Vervolgens komt de Commissie toe aan de vraag of de Bank op andere gronden verplicht is om Consumenten tussentijds een rentewijziging op basis van rentemiddeling aan te bieden. De Commissie is van oordeel dat dat niet het geval is. De Bank heeft onweersproken gesteld dat rentemiddeling geen onderdeel is van de overeenkomst tussen partijen. Dit houdt in dat de Bank naar eigen inzicht voorwaarden aan rentemiddeling mocht stellen voor zover deze de grenzen van de redelijkheid en billijkheid niet te buiten gaan (artikel 6:248 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek). Hierbij is van belang dat er op het moment van de aanvraag van de rentemiddeling (15 november 2016) geen wettelijke vereisten waren voor rentemiddeling. Uitgangspunt bij de door de Commissie toe te passen beoordeling is dat de Mortgage Credit Directive (hierna: de MCD), die per 14 juli 2016 onder meer in het Burgerlijk Wetboek is geïmplementeerd, ziet op de berekening van de vergoeding bij vervroegde aflossing (boeterente) en niet van toepassing is op renteddeling.
Per 1 juli 2019 is de regelgeving gewijzigd, maar de Commissie kan de rentemiddeling van 15 november 2016 daar niet aan toetsen.
De Bank heeft toegelicht dat het aanbieden van rentemiddeling valt onder haar beleidsvrijheid. Daarnaast heeft de Bank toegelicht dat het logisch is dat rentemiddeling in dezelfde rentevastperiode slechts één keer mogelijk is, omdat anders de in de rentemiddeling verwerkte vergoeding voor vervroegd aflossen teniet zou worden gedaan.
Nu de Commissie tot het oordeel is gekomen dat de Bank Consumenten goed heeft geïnformeerd en niet verplicht is om Consumenten tussentijds een rentewijziging op basis van rentemiddeling aan te bieden, is er voor schadevergoeding door de Bank geen aanleiding.
Bron: Kifid
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99