Belastingplichtige en zijn (vertrokken) ex-echtgenote waren daarnaast ieder voor 50% eigenaar van een woning in aanbouw. Op beide woningen rustten hypothecaire geldleningen, waarvoor belastingplichtige en zijn (vertrokken) ex-echtgenote beide hoofdelijk aansprakelijk waren.
Belastingplichtige heeft alle rente van de hypothecaire geldleningen voor beide woningen betaald. De inspecteur heeft slechts een deel van de hypotheekrente in aftrek toegelaten. [Lees: het aandeel (50%) in de nieuwe woning van belastingplichtige.] Belastingplichtige en zijn (vertrokken) ex-echtgenote hebben niet gekozen voor voljaarspartnerschap. De rentekosten worden dan in aanmerking genomen bij degene op wie ze drukken.
De rechtbank is van oordeel dat de schuld en de daarmee samenhangende kosten van de voormalige echtelijke woning drukken op het vermogen van de ex-echtgenote. De betaling van de rente door belastingplichtige leidt tot een wettelijk verhaalsrecht op zijn ex-echtgenote en hierdoor drukken de rentekosten niet op belanghebbende. Belanghebbende heeft geen recht op renteaftrek met betrekking tot de voormalige echtelijke woning. Voor de woning in aanbouw drukken 50% van de kosten op belastingplichtige en dus heeft belastingplichtige voor die woning recht op aftrek voor de helft van de betaalde rente. Het betoog dat recht op aftrek bestaat in verband met onderhoudsverplichtingen wordt verworpen.
De belastingplichtige wordt dan ook in het ongelijk gesteld.
Bron: Rechtspraak.nl
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99