Waar iemand woont wordt op grond van artikel 4, lid 1, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) naar de omstandigheden beoordeeld. Daarbij moet acht worden geslagen op alle in aanmerking komende omstandigheden van het geval. Het komt er volgens vaste rechtspraak op aan of deze omstandigheden van dien aard zijn, dat een duurzame band van persoonlijke aard bestaat tussen de betrokkene en Nederland. Die duurzame band hoeft niet sterker te zijn dan de band met enig ander land, zodat voor een woonplaats hier te lande niet noodzakelijk is dat het middelpunt van iemands maatschappelijke leven zich in Nederland bevindt.
Belangh. werkt vanaf oktober 2012 tot en met augustus 2013 in Rusland voor een Russische werkgever. Verder geniet hij pensioen en inkomen uit een stamrechtvennootschap. De eigen woning in Nederland heeft hij aangehouden. In Rusland had hij een huurflat. Bankrekeningen, auto, lidmaatschappen e.d werden in Nederland aangehouden.
Nu belangh. in beide staten een duurzaam tehuis heeft, heeft het Hof beoordeeld met welke staat zijn persoonlijke en economische betrekkingen het nauwst zijn.
Het Hof oordeelt dat het middelpunt van de levensbelangen in Nederland is. Hierbij wordt acht geslagen op:
...Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat [ [X] ] in 2013 in Nederland woonachtig was in de zin van artikel 4 van de Awr. [De Inspecteur] heeft [ [X] ] dan ook terecht als binnenlands belastingplichtig aangemerkt. Dit brengt mee dat [ [X] ] in Nederland in de belastingheffing wordt betrokken naar zijn wereldinkomen. De door [ [X] ] genoten pensioeninkomsten en stamrechtuitkeringen zijn naar nationaal recht dan ook in Nederland belastbaar.
Het Gerechtshof bevestigt de uitspraak van de Rechtbank.
Bron: Rechtspraak.nl
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99