[verzoekster] = BKR geregistreerde
Het belang van verzoekster bij verwijdering van de registratie dan wel coderingen worden afgewogen tegen het achterliggende belang van (de handhaving van) de registratie van negatieve coderingen.
De relatie is in 2013 beëindigd en de ex-partner bleef in de woning achter. Afspraak was dat deze de woonlasten zou voldoen. Er is zes maanden niet afgelost op de hypotheek. De woning staande en gelegen aan de [adres] te [plaats 2] is daarom eind 2013 verkocht. Na verkoop bedroeg de restschuld een bedrag van € 82.123,80.
Naast deze restschuld was er een schuld bij de Belastingdienst van € 631,00 en een schuld bij een zorgverzekeraar van € 130,11.
Verzoekster is op 19 mei 2015 toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). Bij vonnis van 1 juni 2018 van deze rechtbank is de schuldsaneringsregeling beëindigd onder toekenning van een zogenoemde schone lei.
Verzoekster heeft zich tijdens het WSNP-traject getracht om zoveel mogelijk inkomsten te genereren ter aflossing van de restschuld.
Verder is bij de beoordeling van belang het ontstaan van de schuld bij geldverstrekker. [verzoekster] legt de oorzaak voor de gedwongen verkoop van de woning aan de [adres] te [plaats 2] en het ontstaan van de restschuld met name bij haar ex-partner [naam 2] die, aldus [verzoekster], ondanks een onderlinge afspraak de woonlasten niet betaalde. Dat laat echter onverlet dat [verzoekster] ooit heeft besloten om samen met haar (thans ex-)partner deze twee hypothecaire leningen aan te gaan. Voor die leningen was [verzoekster] hoofdelijk aansprakelijk. Dat vervolgens een betalingsachterstand is ontstaan en uiteindelijk de woning is verkocht, ligt in de risicosfeer van [verzoekster]. In het kader van de belangenafweging die moet worden gemaakt kan die omstandigheid niet tot de slotsom leiden dat geldverstrekker in alle redelijkheid de registratie niet had kunnen melden en laten verwerken in het CKI. Daar komt bij dat het afgeboekte bedrag van meer dan € 78.000,00 substantieel was, dit mede in het licht van het bedrag van € 250,00 dat als ondergrens wordt gehanteerd voor het registreren van bijzonderheidscode 3.
Naast de restschuld waren er slechts twee kleine schulden. Er was sprake van incidentele schulden en niet van structurele wanbetaling door [verzoekster].
Naar het oordeel van de rechtbank heeft [verzoekster] voldoende aangetoond financieel stabiel te zijn, zodat een BKR-registratie van vijf jaar voor haar buitenproportioneel is. In dit geval ziet de rechtbank dan ook aanleiding om de registratie te beperken tot twee jaar nu een registratie bij het BKR van vijf jaar in dit geval niet in een redelijke verhouding staat tot de nadelige gevolgen die een dergelijke registratie voor [verzoekster] met zich brengt.
Bron: Rechtspraak.nl
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99