Kunt u uitsluiten dat het negatieve reisadvies van de Nederlandse regering naar aanleiding van het COVID19 virus gebruikt wordt door verzekeraars om polissen in het kader van nabestaandenpensioen, arbeidsongeschiktheid en/of andere verzekeringen niet uit te keren?
Door het Verbond van Verzekeraars is bevestigd dat het feit dat iemand overleden is door het coronavirus geen gevolgen heeft voor de uitkeringen uit hoofde van levensverzekeringen, uitvaartverzekeringen en nabestaandenpensioen. Eventuele uitsluitingen in polisvoorwaarden met betrekking tot verblijven in gebieden waar een negatief reisadvies geldt zijn niet bedoeld voor een situatie zoals deze met het virus. Zij verwachten dan ook dat verzekeraars gewoon zullen uitkeren. Dit staat ook vermeld op de website van het Verbond van Verzekeraars.
Deelt u de mening dat het momenteel ongewenst en ongepast is om onzekerheid over verzekeringspolissen te laten ontstaan bij mensen die direct of indirect het slachtoffer zijn van (de gevolgen van) het COVID19 virus?
Antwoord
Ja. Op de website van het Verbond van Verzekeraars worden de meest gestelde vragen/situaties beantwoord, om zo de onzekerheid voor een groot gedeelte bij mensen weg te nemen.
Het recht van pensioenuitvoerders op waardeoverdracht geldt voor zowel bestaande als voor nieuwe kleine pensioenen. De grens tussen beide soorten kleine pensioenen ligt op 1 januari 2018. Het recht op waardeoverdracht geldt alleen voor het pensioen van ‘slapers’, dus van werknemers die van baan en pensioenregeling zijn gewisseld. Dit betreft dezelfde reikwijdte als het voorheen bestaande recht op afkoop dat ook alleen van toepassing was op pensioen van ‘slapers’. Er was ten tijde van het wetstraject Waardeoverdracht klein pensioen geen reden of aanleiding die reikwijdte aan te passen.
Een werkgever, die voorheen aanspraken op pensioen liet opbouwen bij een bedrijfstakpensioenfonds maar die voor zijn werknemers inmiddels een uitkeringsregeling heeft ondergebracht bij een verzekeraar, zou ook nog te maken kunnen krijgen met een bijbetalingsplicht jegens die verzekeraar. Werkgevers schatten de kans dat deze situatie zich voordoet als zeer klein in, gegeven de huidige rentestanden, en kiezen ervoor deze situatie niet buiten het verzoek te houden, omwille van het grotere belang van waardeoverdracht van kleine pensioenen.
Deze aanpassing van de reikwijdte van het verzoek tot uitbreiding van de mogelijkheid van automatische waardeoverdracht van kleine pensioenen betekent dat mijn twee belangrijkste zorgen bij het voorstel uit april 2019 zijn weggenomen. Er speelt nu niet of nauwelijks meer het risico op bijbetaling door de werkgever. Ook het risico op verlies van verzekerde garanties voor de werknemers is weggenomen.
Ik zie per saldo meerwaarde in uitbreiding van de wettelijke mogelijkheid om kleine pensioen te mogen overdragen. Door samenvoeging van alle kleine pensioenen, hoe ook ontstaan, worden deze gebundeld tot een aanzienlijker omvang voor deelnemers. Als pensioenuitvoerders kleine pensioenen automatisch mogen overdragen kunnen uitvoeringskosten dalen. Ik ben daarom bereid een wetswijziging voor te bereiden. Het is mijn ambitie om de benodigde wetswijziging in werking te laten treden met ingang van 1 januari 2022.
De Stichting van de Arbeid, de Pensioenfederatie en het Verbond van Verzekeraars hebben ook het voorstel gedaan om tussentijdse afkoop van kleine nettopensioenen weer mogelijk te maken. De betreffende deelnemers lopen volgens verzoekers het risico in te teren op de opgebouwde waarde. De reden daarvoor is dat de relatief hoge doorlopende beleggingskosten ten laste komen van het kleine nettopensioen. Oftewel, het opgebouwde kapitaal neemt af, in plaats van toe. Dit effect is uiteraard ongunstig voor de getroffen deelnemers en dus onwenselijk. Dit knelt omdat afkoop wettelijk niet meer mogelijk is terwijl (individuele) waardeoverdracht alleen kan als sprake is van een andere uitvoerder van nettopensioenregelingen. Kleine nettopensioenen vallen daarom vooralsnog niet onder de Wet waardeoverdracht klein pensioen. Hier geldt namelijk een acceptatieplicht voor een inkomende waardeoverdracht, en dat is niet uitvoerbaar als niet alle pensioenuitvoerders een nettopensioenregeling uitvoeren.
Ik heb daarover eerder aan de Stichting van de Arbeid, de Pensioenfederatie en het Verbond van Verzekeraars laten weten dat ik niet vooruit wil lopen op de uitkomsten van de evaluatie van nettopensioenen door Financiën. Afkoop is onderdeel van die evaluatie. Zodra mogelijk zal Financiën uw Kamer informeren over deze evaluatie. Vervolgens zal worden bezien of dan wel onder welke voorwaarden een wetsuitbreiding verantwoord en gewenst is.
Pensioenuitvoerders, die gebruik willen maken van hun recht om bestaande kleine pensioenen (ontstaan vóór 1 januari 2018) over te dragen, moeten vóór 1 juli 2020 een uitvraag doen bij het pensioenregister om te inventariseren welk deel van de betreffende pensioenaanspraken zij kunnen overdragen. Overdracht kan alleen als een pensioenuitvoerder de andere pensioenuitvoerder vindt, waar de deelnemer actief pensioen opbouwt.
Na overleg met de toezichthouders, de pensioenkoepels en Stichting Pensioenregister zie ik ruimte voor pensioenuitvoerders om tot 1 juli 2020 voor hun hele administratie van kleine pensioenen – ongeacht de ontstaansgeschiedenis – een uitvraag te laten doen bij het pensioenregister, en hier een integraal plan voor op te stellen. Dit betekent dat pensioenuitvoerders ook alvast een uitvraag kunnen doen voor kleine pensioenen, die nu nog niet onder de reikwijdte van de Wet waardeoverdracht klein pensioen vallen.
Bron: Rijksoverheid
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99