Het product private lease kent vergelijkbare eigenschappen als (gereguleerd) goederenkrediet met impact op de financiële situatie van de consument (gelet op bijvoorbeeld de looptijd, leasesom en maandlasten). Hoewel private lease onder de definitie van krediet in de Wft valt, is deze vorm van krediet uitgezonderd van de Wft (artikel 1:20, eerste lid, onder c, Wft).
De bedoeling van deze uitzondering is geweest om ‘gewone’ verhuur en huur van roerende zaken niet onder financieel toezicht te plaatsen.1 Door deze uitzondering zijn echter bepaalde elementaire beginselen uit de Wft niet van toepassing op private leaseovereenkomsten, die veelal langlopend zijn en gepaard gaan met aanzienlijke maandbedragen. Te denken valt hierbij aan de kredietwaardigheidstoets, deelname aan het stelsel van kredietregistratie (BKR), de maximale kredietvergoeding en transparantie over kosten en voorwaarden.
De AFM ziet bovendien in de praktijk dat het risico vaak in grotere mate dan bij andere kredietvormen bij de consument ligt. De prikkel voor marktpartijen om betalingsproblemen te voorkomen is om meerdere redenen zwak. Dit uit zich bijvoorbeeld in de omgang met acceptatie en registratie, maar ook in de productvoorwaarden die partijen hanteren. De AFM signaleert daarnaast dat het gebrek aan maximering van de kosten en transparantievereisten leidt tot hoge (verborgen) kosten. De AFM heeft daarom, mede gelet op de sterk toenemende omvang en uitbreiding van het aanbod, (opnieuw) geconstateerd dat het verschil in wettelijke waarborgen onwenselijk en niet-uitlegbaar is. Er is samenvattend sprake van een ongelijk speelveld met het huidige gereguleerde consumptief krediet met vergelijkbare risico’s voor consumenten.
De AFM bepleit alsnog over te gaan tot wettelijke regulering van en toezicht op operational lease aan consumenten. De AFM geeft u hierbij in overweging om gebruik te maken van de delegatiegrondslag in artikel 1:20 Wft, om deze vorm van kredietverlening bij AMvB aan te wijzen en te reguleren. Hierdoor komt zowel een vergunningregime als doorlopend toezicht tot stand voor deze vorm van kredietverlening bij aldus bij AMvB aan te wijzen zaken, gelijk aan reeds gereguleerd consumptief krediet.
Bij krediet en verzekeringen gaan consumenten vaak een langjarige relatie aan met de aanbieder en adviseur van het product. Het wettelijk kader bevat diverse specifieke normen die zien op de fase vóór en tijdens de verkoop van deze producten. Specifieke normering op het gebied van de periode daarna, de beheerfase, is echter beduidend beperkter. Een norm die in ieder geval gedurende de looptijd van een overeenkomst op een financiële dienstverlener rust is de algemene zorgplicht als bedoeld in artikel 4:24a Wft. Uit de aard van deze norm volgt echter dat deze niet concreet de verplichtingen aangeeft die gelden gedurende de looptijd van een overeenkomst.
De AFM gaat het komende jaar inventariseren waar behoefte bestaat aan concretisering van het wettelijk kader.
Bron: AFM
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99