Stand van zaken implementatie Wet vereenvoudiging beslagvrije voet
Gezien de huidige stand van zaken van het traject is mijn streven er nog steeds op gericht dat de wet met ingang van 1 januari 2021 in werking zal kunnen treden.
Afgelopen najaar is de voorbereidingsfase van het programma afgerond. In die voorbereidingsfase zijn - op basis van de samen met alle ketenpartners opgestelde ketenstartarchitectuur - ontwerpspecificaties en testcases ontworpen om te borgen dat de rekenmodules bij de verschillende partijen die de beslagvrije voet moeten berekenen op dezelfde
manier gaan werken.
Verder zijn tussen de ketenpartners afspraken gemaakt over het coördinerend deurwaarderschap waardoor de burger in beginsel nog maar één beslagleggende partij als aanspreekpunt heeft aangaande zijn beslagvrije voet. Ook zijn afspraken gemaakt over het bericht dat de schuldenaar van de beslaglegger ontvangt over de berekende beslagvrije voet.
Door de coronacrisis moet niemand op straat belanden. Er zijn geen cijfers beschikbaar over het aantal huisuitzettingen van de afgelopen drie maanden, maar het is niet waarschijnlijk dat er veel huisuitzettingen zijn geweest. De rechter moet toestemming geven voor een huisuitzetting, maar de rechtbanken hebben dit als niet-urgent aangemerkt. Het kabinet heeft met verhuurdersorganisaties en brancheverenigingen afgesproken gedurende de crisisperiode geen huisuitzettingen te doen, tenzij er evidente redenen zijn, zoals criminele activiteiten of extreme overlast. Hypotheekverstrekkers zoeken met huiseigenaren naar oplossingen en gaan in deze periode niet over tot gedwongen verkopen van woningen.
Vraag 6
Is het u bekend dat schoolboekenleverancier ** geld probeert te innen op de 18e verjaardag van betrokkene, voor schulden van schoolboeken die zij als kind gemaakt hebben? Klopt het dat hierop kosten worden berekend die een veelvoud zijn van de originele schuld?
Antwoord 6
Zonder de in de vraag beschreven casus te kennen, is mijn inschatting dat deze situatie niet voor zou mogen komen. In algemene zin geldt dat ouders verantwoordelijk zijn voor de kosten van opvoeding en verzorging van minderjarige kinderen.
Vraag 7
Vindt u het moreel verantwoord om kinderen met schulden op te zadelen, teneinde deze te innen op hun 18e verjaardag?
Antwoord 7
Ik verwacht altijd een zorgvuldige en maatschappelijk verantwoorde incasso en zeker ook bij jongeren. Zoals u weet investeert het kabinet in samenwerking met private en publieke schuldeisers via de Brede Schuldenaanpak in een zorgvuldige invordering van schulden en de kwaliteit van de incassodienstverlening.
Vraag 8
Bent u bereid ervoor te zorgen dat bedrijven zoals ** geen schulden innen na iemands 18e verjaardag, vanwege kosten die zij als kind of jongere gemaakt hebben voor schoolboeken?
Antwoord 8
Het is betreurenswaardig dat het opnieuw nodig blijkt aandacht te vragen voor naar ik aanneem een nieuw geval waarbij een schuldeiser zich tot een recent meerderjarige zou wenden. Ik kan de eerdere antwoorden op Kamervragen hierover bevestigen: Op grond van artikel 1:404 van het Burgerlijk Wetboek zijn ouders verantwoordelijk voor de kosten van opvoeding en verzorging van minderjarige kinderen. Ook als een minderjarig kind zelf uitgaven doet, blijft de ouder (wettelijk vertegenwoordiger) daarvoor aansprakelijk. Dit houdt in dat de schuldeiser zich niet tot een kind kan wenden om de vordering te voldoen die is ontstaan op het moment dat de ouders financieel verantwoordelijk waren voor het kind, ook niet als dit kind inmiddels meerderjarig is.
Bron: Rijksoverheid
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99