Bevestig uw aanmelding

U ontvangt nu een e-mailbericht van waaruit u uw aanmelding moet bevestigen. Zonder deze bevestiging ontvangt u niet dagelijks actuele en praktische informatie. Doe het gelijk even!

Stuur mij dagelijks actuele en praktische informatie
Bekijk alle diensten
9 jun 2020 Nieuws

Overdrachtsbelasting verschuldigd bij einde relatie?

Sinds 1978 had belanghebbende een affectieve relatie met [B] (hierna: [B] ). Op enig moment zijn zij gaan samenwonen. Op 12 maart 2004 hebben zij de onderlinge verhoudingen in een samenlevingsovereenkomst vastgelegd op 60% voor [B] en 40% voor belanghebbende.
  • Dagelijkse e-mail nieuwsbrief
  • Kennisbank met 1000+ artikelen
  • Rekenmodellen en downloads
  • Persoonlijk archief
  • Inclusief Permanent Actueel module!!

Geschil

In geschil is of de verkrijging van de woning is vrijgesteld van overdrachtsbelasting op grond van artikel 15 eerste lid, onderdeel g van de Wet op belastingen van rechtsverkeer (hierna: WBR).

Stelling belanghebbende

Belanghebbende is van mening dat sprake is van een gezamenlijke verkrijging van de woning, doordat de facto een gemeenschap is ontstaan tussen belanghebbende en [B] . De koopsom van de woning is weliswaar voldaan vanuit een bankrekening van [B] , maar dit betrof volgens belanghebbende gezamenlijk vermogen. Dat de woning slechts op naam is gezet van [B] doet hier dus volgens belanghebbende niet aan af.

Standpunt belastinginspecteur

De inspecteur heeft gesteld dat voor de toepassing van artikel 15 eerste lid, onderdeel g van de WBR er sprake moet zijn van een gezamenlijke verkrijging. Deze gezamenlijke verkrijging is er in dit geval volgens de inspecteur niet omdat de heer [B] de woning op 1 maart 2012 voor 100 procent krachtens koop heeft verkregen. Daarnaast stelt de inspecteur zich op het standpunt dat er geen gemeenschap in de zin van de WBR tussen belanghebbende en de heer [B] is ontstaan.

Onderlinge afspraken

In dit geval is de woning onder bijzondere titel – krachtens koop – uitsluitend verkregen door [B] . Van een gezamenlijke verkrijging waardoor een gemeenschap in de civielrechtelijke zin is ontstaan, is naar het oordeel van het hof dan ook geen sprake. De omstandigheden dat belanghebbende en [B] hier onderling afspraken over hebben gemaakt en dat de bankrekening, ondanks de tenaamstelling, tot het gezamenlijk vermogen zou behoren, doen daar niet aan af.

Uitspraak

De klacht van belanghebbende dat beslissend is wat de samenwonende partners onderling hebben afgesproken, faalt daarom.
Belanghebbende heeft geen recht op vrijstelling van overdrachtsbelasting.


Bron: Rechtspraak

Downloads

Downloads zijn alleen beschikbaar voor abonnees. Log graag in of neem een abonnement.

Lees ook…

Samenlevingscontract en overdrachtsbelasting

Belanghebbende en relatie B hadden sinds 1978 een affectieve relatie. Zij zijn op enig moment gaan samenwonen en hebben hun onderlinge verhoudingen vastgelegd in een samenlevingsovereenkomst, welke zij op 12 maart 2004 hebben ondertekend.

Rubrieken

Dossiers

Opvoerdatum

9 jun 2020

Laatst gewijzigd

9 jun 2020

Adresgegevens

Fintool
Vlinderweg 2 | Unit 0.24
2623 AX Delft

Telefoon 085 - 111 89 99
Telefax 085 - 111 88 80
E-mail: info@fintool.nl

Fintool bv © 2003/2020. Alle rechten voorbehouden.
Lees graag de leveringsvoorwaarden en het privacy reglement.