De grotere stijging dit jaar is vooral het gevolg van de hogere inflatie. Ruim 42 procent van alle woningen zijn huurwoningen. Dat meldt het CBS op basis van nieuwe cijfers.
De huren van sociale huurwoningen bij woningcorporaties stegen in juli 2020 gemiddeld met 2,7 procent. De huren van de sociale huurwoningen bij overige verhuurders gingen met 3,4 procent omhoog en de huren van de vrijesectorwoningen met 3,0 procent.
Voor gereguleerde huurwoningen is de maximale huurverhoging de inflatie in het voorgaande jaar plus een inkomensafhankelijke toeslag. Als de inflatie omhoog gaat, mogen de huren dus harder meestijgen. In 2020 is deze maximale huurstijging 5,1 of 6,6 procent, afhankelijk van het inkomen van de huurder. Het inflatiecijfer waarop deze maximale huurstijging is gebaseerd, steeg van 1,6 procent (de basis voor 2019) naar 2,6 procent (de basis voor 2020).
De reële huurstijging (gecorrigeerd voor de inflatie van vorig jaar) is dit jaar 0,3 procent. Vorig jaar was deze nog 0,8 procent. De reële huurstijging piekte in 2013 en is sinds 2009 niet zo laag geweest.
De huurverhoging bij bewonerswisseling was dit jaar ook groter dan in 2019. De gemiddelde verhoging bij wisseling van huurders was dit jaar 9,5 procent. Vorig jaar was dit nog 8,2 procent. Verhuurders zijn niet gebonden aan de maximale huurverhoging als een nieuwe huurder in de woning trekt. Voor huurders die niet verhuizen was de gemiddelde huurverhoging 2,4 procent.
Bron: CBS
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99