[eiseres] stelt dat [gedaagde] is tekort geschoten in de nakoming van de overeenkomst op grond waarvan hij [eiseres] zou vrijwaren van de restschuld aan XYZ. Uit navraag bij de bank is gebleken dat [gedaagde] niet heeft zorggedragen voor financiering van de restschuld en daarop niets heeft ingelost, maar enkel een betalingsregeling heeft getroffen. XYZ heeft [eiseres] als hoofdelijk schuldenaar aangesproken en met haar een betalingsregeling getroffen, waardoor [eiseres] sinds 3 juni 2020 maandelijks € 50,- aflost.
[gedaagde] erkent dat is afgesproken dat hij de restschuld volledig op zich zal nemen en wil zich ook aan die afspraak houden. [gedaagde] stelt dat hij er alles aan heeft gedaan om ervoor te zorgen dat XYZ de vrouw niet op grond van haar hoofdelijke aansprakelijkheid voor de restschuld aanspreekt, maar dat dat niet is gelukt. [gedaagde] mist op dit moment de financiële armslag om de vrouw te laten ontslaan uit de hoofdelijke aansprakelijkheid. Hij kan zelf nauwelijks rond komen.
[eiseres] stelt dat zij geen boodschap heeft aan de financiële perikelen van [gedaagde] , die zij bij gebrek aan wetenschap en onderbouwing betwist. Zij handhaaft haar beroep op nakoming van de overeenkomst.
De voorzieningenrechter
veroordeelt [gedaagde] om binnen twee weken na betekening van dit vonnis de overeenkomst na te komen en [eiseres] te vrijwaren voor de restantschuld bij XYZ, thans ongeveer groot € 37.000,- door voldoening van deze schuld dan wel door middel van herfinanciering op straffe van verbeurte een dwangsom van € 250,- voor iedere dag of gedeelte daarvan dat de man hiermee in gebreke blijft, met een maximum van € 25.000,-,
----
Echtscheiding
De (voormalige) rechtbank Zutphen heeft in haar tussenvonnis van 13 juli 2011 vastgesteld dat de echtelijke woning te koop is gezet en dat partijen op 27 augustus 2008 een overeenkomst hebben gesloten. In die overeenkomst staat, blijkens het tussenvonnis, het volgende opgenomen:
“(...) [verweerder] en [naam 1] trekken in het huis aan de [adres] . Voor [eiser] vervallen daarbij alle baten en lasten van deze woning ook de eventuele hypotheekschuld. (...)”
De woning is voor € 91.000,00 verkocht en op 21 juni 2012 overgedragen aan de nieuwe eigenaar. Uit de afrekening van de notaris volgt dat sprake is van een restschuld van € 85.847,72.
[verweerder] heeft zich in 2013 voor een minnelijk schuldhulpverleningstraject tot de Stadsbank Oost Nederland gewend omdat hij niet meer in staat was aan zijn financiële verplichtingen te voldoen.
Bij brief van 19 februari 2019 heeft de advocaat van [eiser] aan [verweerder] bericht dat aan [eiser] de hypotheekakte is betekend en er sindsdien met enige regelmaat pogingen worden ondernomen om het nog uitstaande bedrag van € 75.198,46 bij haar te incasseren. In deze brief wordt [verweerder] gesommeerd om binnen 14 dagen aan zijn verplichtingen, voortvloeiende uit de overeenkomst van 27 augustus 2008 en het vonnis van 14 september 2011, te voldoen.
[verweerder] heeft hierop per brief van 28 februari 2019 gereageerd en geschreven dat hij middels een schuldsanering aan zijn verplichtingen heeft voldaan en hij (de advocaat van) [eiser] dan ook niet verder kan helpen. Bij deze brief heeft [verweerder] een brief van 9 november 2017 van de Stadsbank Oost Nederland aan [verweerder] gevoegd met het onderwerp ‘Schuldbemiddeling’, waarin staat vermeld dat de schuld is afbetaald.
Dat ABC en haar incassogemachtigden hebben geweigerd hun medewerking te verlenen aan ook het inbrengen van de schuld waarvoor [eiser] jegens de bank aansprakelijk is, zoals [verweerder] stelt, laat onverlet dat [verweerder] jegens [eiser] tekort is geschoten door enkel voor zijn eigen aandeel in de restschuld een regeling te treffen en niet ook het deel waarvoor [eiser] hoofdelijk aansprakelijk is te voldoen.
Desalniettemin zal de rechtbank afzien van oplegging van een dwangsom aan de uit te spreken veroordeling van [verweerder] tot betaling aan ABC.
...
Oplegging van een dwangsom voor iedere dag dat [verweerder] niet (die volledige hoofdsom) betaalt, maakt het [verweerder] - in het geval van tenuitvoerlegging daarvan door [eiser] - alleen maar moeilijker om (op enig moment en op een wijze die hij met de bank overeenkomt) aan zijn verplichtingen te voldoen.
Bron: Rechtspraak.nl
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99