MijnFintool

Nieuws

Besluit Inkomstenbelasting. Lijfrenten en rechten op periodieke uitkeringen gewijzigd

De wijziging betreft de toevoeging dat voor het bepalen van de termijnen van een alimentatielijfrenterekening de in artikel 3.126a, vierde lid, onderdeel a, Wet IB 2001 opgenomen uiterste ingangsdatum en minimale looptijd buiten beschouwing blijven. Daarnaast is er een goedkeuring opgenomen.

Daarnaast is een goedkeuring opgenomen, waardoor bij een lijfrente die wordt afgekocht in verband met langdurige arbeidsongeschiktheid tot een hoger bedrag dan het wettelijk toegestane maximum als bedoeld in artikel 3.133, negende lid, onderdeel c, Wet IB 2001 onder voorwaarden alleen voor het bedrag dat hoger is dan dit maximum revisierente is verschuldigd. Verder zijn enkele redactionele wijzigingen aangebracht. Met deze aanpassingen is geen inhoudelijke wijziging beoogd.

Afkoop lijfrente

Als een belastingplichtige langdurig arbeidsongeschikt is, kan hij zijn lijfrente onder voorwaarden (gedeeltelijk) afkopen zonder dat revisierente is verschuldigd. Eén van deze voorwaarden is dat het afkoopbedrag niet hoger is dan het wettelijk toegestane maximum als bedoeld in artikel 3.133, negende lid, onderdeel c, Wet IB 2001. Als een belastingplichtige dit maximum overschrijdt, is hij revisierente verschuldigd over het gehele afkoopbedrag. De achtergrond van deze bepaling is dat de belastingplichtige zijn lijfrente tot het wettelijk toegestane maximum kan gebruiken als inkomensvervanging in de periode dat hij langdurig arbeidsongeschikt is. Een belastingplichtige kan door zijn arbeidsongeschiktheid namelijk te maken krijgen met een achteruitgang van zijn inkomsten. Om toch inkomsten te hebben, kan hij hiervoor (een deel van) zijn lijfrente voortijdig afkopen. Als hij echter een hoger bedrag dan het wettelijk maximum afkoopt, heeft dit een averechts effect. Naast inkomstenbelasting is hij in dat geval revisierente verschuldigd over het gehele afkoopbedrag. Dat vind ik in de hiervoor beschreven situatie ongewenst.

Goedkeuring

Ik keur onder de volgende voorwaarde goed dat als een belastingplichtige een lijfrente in verband met langdurige arbeidsongeschiktheid tot een hoger bedrag afkoopt dan het wettelijk toegestane maximum als bedoeld in artikel 3.133, negende lid, onderdeel c, Wet IB 2001, alleen het bedrag dat hoger is dan dit maximumbedrag wordt aangemerkt als negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen. Het maximumbedrag zelf wordt als een (reguliere) termijn van lijfrente aangemerkt en als zodanig in de heffing betrokken. Dit houdt in dat de belastingplichtige alleen over het hogere bedrag revisierente verschuldigd wordt.

 

Bron: Rijksoverheid

Modules & dossiers

Opvoerdatum

18 sep 2020

Laatst gewijzigd

13 okt 2020

Reacties

Er zijn (nog) geen reacties op dit artikel

Reageren? Graag eerst inloggen.

Permanent Actueel met Fintool?

Als professioneel financieel adviseur moet en wilt u bijblijven en dat het liefst in zo weinig mogelijk (kostbare) tijd. Dat kan nu met Fintool.nl! Meld u nu aan als abonnee en krijg direct toegang tot de Kennisbank en Helpdesk.
Lees verder

Fintool bv © 2003/2025. Alle rechten voorbehouden.
Lees graag de leveringsvoorwaarden en het privacy reglement.

1
1