De vrouw stelt dat de man heeft toegezegd te zullen bewerkstelligen dat de vrouw wordt ontslagen uit haar hoofdelijkheid. De man betwist dit, zodat de toezegging van de man niet vaststaat. De rechtbank laat dit verder in het midden. Ook indien de gestelde toezegging niet is gedaan, mag nog steeds van de man gevergd worden dat hij dit ontslag bewerkstelligt (althans: laat bewerkstelligen). In dit oordeel weegt het volgende mee.
Het gaat hier om de onderlinge verhouding tussen twee hoofdelijke schuldenaren. Een schuld is geen goed, dus de wettelijke bepalingen omtrent verdeling van een gemeenschappelijk goed zijn (formeel) niet toepasselijk. Wel toepasselijk is artikel 6:8 BW, dat bepaalt dat op de onderling rechtsbetrekkingen tussen hoofdelijke schuldenaren artikel 6:2 BW van overeenkomstige toepassing is.
“1.Schuldeiser en schuldenaar zijn verplicht zich jegens elkaar te gedragen overeenkomstig de eisen van redelijkheid en billijkheid.
2.Een tussen hen krachtens wet, gewoonte of rechtshandeling geldende regel is niet van toepassing, voor zover dit in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn.”
Als tussen partijen niet is afgesproken dat de man zal bewerkstelligen dat de vrouw zal worden ontslagen uit haar hoofdelijkheid, bevat de rechtsverhouding tussen partijen een leemte. Dan geldt de aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid van voormeld lid 1. Het is naar het oordeel van de rechtbank redelijk en billijk dat de man bewerkstelligt dat de vrouw ontslagen wordt uit haar hoofdelijkheid. Bij beëindiging van een affectieve relatie dient het zoveel mogelijk tot financiële ontvlechting tussen de ex-partners te komen, en wel binnen een redelijke termijn. Die termijn is inmiddels verstreken. Partijen zijn al acht jaar uit elkaar. Het geld van de lening is in de woning gestoken. De vrouw heeft sinds haar vertrek geen baat meer bij deze investering.
De man voert aan dat het hem feitelijk onmogelijk is om te voldoen aan de vordering van de vrouw. De man stelt dat hij onvoldoende inkomen geniet, zodat de geldverstrekker niet bereid is om medewerking te verlenen aan ontslag van de vrouw uit haar hoofdelijkheid. Dit verweer faalt. Op zich valt niet uit te sluiten dat het inkomen van de man, zoals hij aanvoert, is gedaald (volgens de man: drastisch is gedaald). Wat hiervan echter ook zij, de man heeft ter comparitie erkend dat de woning een overwaarde heeft van circa € 300.000. De man kan dus uit de overwaarde de in geding zijnde schuld aan de geldverstrekker voldoen. Nakoming is dus niet feitelijk onmogelijk.
Echter, het belang bij toewijzing van de vordering van de vrouw is onvoldoende zwaarwegend. In het verleden zijn er achterstanden geweest in aflossing op de lening door de man, maar van (min of meer) recente betalingsachterstanden is niet gebleken. De vrouw woont, zo verklaarde zij ter comparitie, thans samen met haar nieuwe partner in diens koopwoning. De vrouw is van onderdak voorzien en zij loopt niet tegen het probleem aan dat zij vanwege haar hoofdelijkheid geen hypothecaire geldlening kan aangaan voor de aanschaf van een eigen woning. Het woonbelang van de man en zijn nieuwe partner wegen ook mee. De man stelt een BKR registratie te hebben. Het is begrijpelijk dat de man geen nieuwe schulden wil aangaan. De financiële ontvlechting tussen partijen zal echter toch een keer zijn beslag moeten krijgen.
Een en ander afwegend is de rechtbank van oordeel dat de man weliswaar veroordeeld kan worden om zijn woning te verkopen teneinde met de opbrengst de hoofdelijkheid van de vrouw te beëindigen, maar dat hem daarvoor geruime tijd moet worden gegund. De rechtbank zal daarom aan de toewijzing de voorwaarde verbinden dat de man niet verplicht is om de woning aan een derde te leveren vóór 1 januari 2023. Dit geeft de man ruime tijd om een redelijke prijs voor zijn woning te kunnen bedingen en tevens om bij de bank de mogelijkheid te beproeven of hij, met als onderpand de overwaarde van zijn woning, toch niet een nieuwe lening kan afsluiten om de lening waarvoor de vrouw hoofdelijk aansprakelijk is, af te lossen.
Bron: Rechtspraak.nl
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99