MijnFintool

Nieuws

Lijst van vragen en antwoorden

Circa 250 vragen zijn er over de Nota over de toestand van ’s Rijks Financiën gesteld. Hieronder een selectie van vragen en antwoorden rondom overdrachtsbelasting, hypotheekrenteaftrek, box 3, inkomstenbelasting en zzp'ers.

Box 3

Vraag 17
Waarom is ervoor gekozen beleggingen door geleend geld in box 3 niet zwaarder te belasten, in lijn met het op dit punt eerder aangekondigde plan?

Antwoord op vraag 17
Een belangrijk verschil tussen het huidige wetsvoorstel Aanpassing box 3 en het eerder aangekondigde plan is dat dit wetsvoorstel in werking treedt per 1 januari 2021, waar het eerder aangekondigde plan pas per 1 januari 2022 in werking zou treden. Voor aanpassingen op korte termijn (per 1 januari 2021) zijn alleen aanpassingen binnen de kaders van het huidige stelsel mogelijk. De aftrekbaarheid van schulden in box 3 beperken is een structuurwijziging die niet per 1 januari 2021 gerealiseerd kan worden.

Overdrachtsbelasting

Vraag 22, 23 en 27

Vraag 22
Hoe beziet u de doeltreffendheid van een eenmalige vrijstelling van de overdrachtsbelasting in de context waarin de vraag naar woningen het aanbod overtreft?

Vraag 23
Heeft u rekening gehouden met het risico dat, zolang de vraag naar woningen het aanbod overstijgt, de overdrachtsbelasting die mensen tot 35 jaar nu (eenmalig) niet zullen betalen, zich alsnog zal vertalen in hogere prijzen voor deze groep?

Vraag 27
Kunt u de doelmatigheid van de eenmalige vrijstelling in de overdrachtsbelasting onderbouwen in de context van het gegeven dat afhankelijk van het extra aantal koopstarters, de kosten van de vrijstelling per starter kunnen oplopen tot boven de 200.000 euro?

Antwoord op vraag 22, 23, en 27
Ten aanzien van de doeltreffendheid van de startersvrijstelling van de overdrachtsbelasting merk ik graag het volgende op. In de eerste plaats wordt de positie van starters door de maatregel verbetert ten opzichte van beleggers. Dat blijkt uit het toenemend aantal verwachte transacties; 5 duizend starters (bovengrens, geschat door Dialogic) op een structureel aantal starters van circa 50 duizend. Daarnaast komen er niet alleen meer starters, starters kunnen ook eerder het door hun gewenste (koop)huis betrekken. Sinds 2018 is de maximale loan-to-value (LTV) 100%, waardoor ongeveer maximaal 6% aan eigen geld door de koper moet worden ingelegd om de kosten koper te financieren, bovenop de hypotheek. Dit vereiste spaargeld gaat nu met 2%-punt omlaag, ofwel € 5.000 bij een starterswoning van circa € 250.000. Starters hoeven zodoende minder lang te sparen. Verder wordt naar verwachting ook de betaalbaarheid voor starters beter. De lasten worden immers ook verzwaard bij beleggers die actief zijn op de koopwoningmarkt. Hoewel het per saldo macro huizenprijseffect moeilijk is in te schatten, verwacht het kabinet dat er betaalbaarheidswinst optreedt voor starters.

Vraag 24
Hoe beziet u de stelling van de Raad van State dat de eenmalige vrijstelling in de overdrachtsbelasting haaks staat op de wens om ervoor te zorgen dat starters en doorstromers minder prikkels hebben om hoge schulden aan te gaan?

Antwoord op vraag 24
Koopstarters moeten ongeveer 6% aan eigen geld inleggen om de kosten koper te financieren, bovenop de maximale LTV van 100%. Dit vereiste spaargeld gaat nu met 2%-punt omlaag, ofwel € 5.000 bij een starterswoning van € 250.000. Dit versterkt de liquide positie van huishoudens zonder dat dit tot extra financiële risico’s leidt. Daarnaast worden ook de lasten verzwaard bij beleggers die actief zijn op de koopwoningmarkt. Het per saldo macro huizenprijseffect is moeilijk in te schatten. Gegeven het feit dat er een per saldo lastenverzwaring is, zou de differentiatie ook prijsbeperkend kunnen werken. Het kabinet denkt dan ook niet dat de maatregel leidt tot hogere schulden.

Vraag 25
Wat zijn de gevolgen voor de huurmarkt en kopers van 35 jaar en ouder van de eenmalige vrijstelling in de overdrachtsbelasting, en kan het kabinet onderbouwen op welke manier zij deze gevolgen heeft meegewogen in het besluit tot deze eenmalige vrijstelling?

Antwoord op vraag 25
Kopers van 35 jaar of ouder, veelal doorstromers, blijven het verlaagde tarief van 2% overdrachtsbelasting betalen. Het nieuwe wetsvoorstel is daarin voor hen geen verslechtering ten opzichte van de huidige situatie. Ondanks dat zij geen direct financieel voordeel krijgen bij de aankoop van een woning verbetert het wetsvoorstel waarschijnlijk wel de concurrentiepositie van deze groep, doordat beleggers zwaarder belast zullen worden. Daarnaast hebben een deel van deze groep en beleggers de afgelopen jaren kunnen profiteren van huizenprijsstijgingen. Hun relatieve positie op de woningmarkt is de afgelopen jaren daardoor verbeterd ten opzichte van koopstarters, die vaak jonger dan 35 jaar zijn en per definitie geen beschikking hebben over overwaarde in de eigen woning en veelal ook over minder spaartegoeden beschikken. Met dit wetsvoorstel worden de veranderde verhoudingen tussen starters, doorstromers en – vooral – beleggers op de woningmarkt in de ogen van het kabinet weer enigszins rechtgetrokken.

Het voorstel leidt voorts mogelijk tot een kleiner aanbod in de (vrije) huursector. Dit is een onvermijdelijk neveneffect van een maatregel die de aankoop voor eigen gebruik door starters wil stimuleren. Een vrijstelling van de overdrachtsbelasting maakt het kopen van een woning voor starters aantrekkelijker dan huren, waardoor de verwachting is dat de vraag naar koopwoningen toeneemt en de vraag naar huurwoningen in het vrije segment daalt. Verder maakt een beperking van de reikwijdte van het verlaagde tarief het kopen van woningen, om deze vervolgens te verhuren, minder aantrekkelijk. Ook hierdoor zal naar verwachting het aanbod van huurwoningen minder sterk toenemen.

Vraag 26
Wat is de samenhang tussen de eenmalige vrijstelling overdrachtsbelasting en de schenkingsvrijstelling eigen woning? Hoe werkt de co-existentie van deze maatregel uit voor verschillende vermogensgroepen? En op welke manier heeft het kabinet deze co-existentie meegenomen in zijn besluit om een eenmalige vrijstelling in te stellen?

Antwoord op vraag 26:
Met de eenmalige vrijstelling overdrachtsbelasting beoogt het kabinet de woningmarktpositie van koopstarters te verbeteren. Bij het voorstel tot invoering van een eenmalige startersvrijstelling voor de overdrachtsbelasting is het kabinet uitgegaan van de bestaande regelgeving. De schenkvrijstelling eigen woning in de Successiewet maakt daar onderdeel van uit.
De eenmalige schenkingsvrijstelling voor de eigen woning leidt ertoe dat de ontvanger van de schenking geen schenkbelasting is verschuldigd over een schenking voor de eigen woning tot ruim € 100.000. De schenkingsvrijstelling eigen woning is er niet alleen op gericht om personen die willen toetreden tot de woningmarkt een steuntje in de rug te geven, maar is ook bedoeld voor personen die al een eigen woning hebben en de schenking gebruiken voor bijvoorbeeld aflossing van de eigenwoningschuld of voor renovatie. De vrijstelling overdrachtsbelasting en de schenkingsvrijstelling eigen woning bereiken dus gedeeltelijk andere doelgroepen. Dit is ook de reden dat de leeftijdsgrenzen van de twee maatregelen van elkaar verschillen. De startersvrijstelling kan namelijk worden toegepast door meerderjarige personen die jonger zijn dan 35 jaar, terwijl de schenkingsvrijstelling kan worden toegepast voor schenkingen aan personen tussen 18 en 40 jaar. Er kan sprake zijn van een overlapping, indien een koopstarter zowel gebruik kan maken van de eenmalige vrijstelling overdrachtsbelasting en een schenking voor de eigen woning ontvangt en gebruik kan maken van de eenmalige schenkingsvrijstelling eigen woning.
Er is geen data beschikbaar over hoe de co-existentie van deze maatregelen uitwerkt voor verschillende vermogensgroepen. Bij het voorstel tot invoering van een eenmalige vrijstelling overdrachtsbelasting is het kabinet uitgegaan van de bestaande regelgeving.

Vraag 215
Wat is het effect van het verhogen van de 8 procent overdrachtsbelasting voor beleggers en de ontwikkeling van nieuwbouw?

Antwoord op vraag 215
Een hoger tarief van de overdrachtsbelasting voor beleggers maakt het kopen van een woning om te verhuren minder aantrekkelijk, hun aankoopkosten nemen immers toe. Voor zover zij deze hogere kosten kunnen doorberekenen in hogere huren, beperkt dit de daling van hun rendement. Ook kiest mogelijk een deel van de beleggers voor andere beleggingsvormen.
Het wetsvoorstel voor differentiatie in de overdrachtsbelasting leidt mogelijk tot een verschuiving binnen de woningvoorraad van huur- naar koopwoningen, maar het effect op het totale aanbod (nieuwbouw) van koop- en huurwoningen is naar verwachting beperkt. Waar de vraag naar (koop)woningen vanuit de ene groep (starters) mogelijk toeneemt, neemt de vraag vanuit beleggers waarschijnlijk af.

Zorgverzekering

Vraag 42
Hoe hebben de gemiddelde zorguitgaven zich per volwassene per jaar ontwikkeld sinds 2017 tot en met 2021?

Antwoord op vraag 42
In onderstaande tabel staat de ontwikkeling van de totale zorglasten per volwassene, zoals ook opgenomen in figuur 10 op pagina 210 in de Ontwerpbegroting 2021 van VWS voor de jaren 2020 en 2021. Dit betreft de optelling van de nominale premie, de inkomensafhankelijke bijdrage, de Wlz-premie en de belasting waaruit via de begroting gefinancierde uitgaven zijn gedekt.

Zorglasten in euro per volwassene per jaar     2017        2018        2019        2020        2021
Zorglasten per volwassene per jaar           € 5.022          € 5.151      € 5.438      € 5.630      € 5.939

Inkomstenbelasting

Vraag 59
Hoeveel is een modaal inkomen minder aan inkomstenbelasting gaan betalen vanwege het regeerakkoord en aanvullend beleid van het kabinet? Kan een uitsplitsing gegeven worden mét maatregelen van het kabinet en zonder?

Antwoord op vraag 59
Tussen 2017 en 2021 is het modaal inkomen gestegen van € 34.000 naar € 36.500. In 2017 betaalde een alleenstaande zonder kinderen met een modaal inkomen € 8273 aan belasting en premie volksverzekeringen. Dit komt neer op een gemiddelde druk van 24,3%. In 2021 betaalt een alleenstaande zonder kinderen met een modaal inkomen € 7474 aan belasting en premie volksverzekeringen. Dit komt neer op een gemiddelde druk van 20,5%.

Het verschil in verschuldigde belasting is vrijwel volledig toe te schrijven aan het beleid van het huidige kabinet. De enige uitzondering hierop is de aanpassing van de tarieven in de voormalige tweede en derde schijf, volgend uit de Wet maatregelen woningmarkt 2014 II. Op basis van deze wet zouden die tarieven tussen 2017 en 2021 cumulatief met 0,10 procentpunt stijgen. Het (nadelige) effect hiervan is ongeveer € 15 bij een modaal inkomen. De invoering van het tweeschijvenstelsel en de verhogingen van de algemene heffingskorting en de arbeidskorting door dit kabinet hebben een veel groter effect op de verschuldigde belasting.

ZZP'ers

Vraag 67
Hoeveel moeten zzp’ers dit jaar en volgend jaar inleveren?

Antwoord op vraag 67
De meeste zzp’ers betalen – bij gelijkblijvend inkomen – in 2020 en 2021 minder inkomstenbelasting dan het jaar ervoor. In 2020 gaat een zzp’er met een winst van € 50.000 er ruim € 500 op vooruit ten opzichte van 2019 en in 2021 is dit nog eens bijna € 500 ten opzichte van 2020. Het negatieve effect van een lagere zelfstandigenaftrek wordt namelijk ruimschoots gecompenseerd door lagere tarieven in de inkomstenbelasting en hogere heffingskortingen (met name de arbeidskorting).

Het omslagpunt ligt in beide jaren bij een winst van circa € 85.000. Zzp’ers met een hogere winst ondervinden een negatief inkomenseffect, omdat zij ook nadeel ondervinden van de tariefmaatregel voor aftrekposten en (vanaf circa € 100.000) geen arbeidskorting meer ontvangen.

Vraag 206
Wat zijn de effecten op zelfstandigen van het verlagen van de zelfstandigenaftrek in samenhang met verlaging van het percentage waartegen dit bedrag kan worden afgetrokken? Worden deze effecten volledig gecompenseerd door de aanpassing van de arbeidskorting?

Antwoord op vraag 206
Zelfstandigen met een winst lager dan € 68.507 ondervinden alleen nadeel van de verlaging van de zelfstandigenaftrek. Dat nadeel wordt in 2021 ruimschoots gecompenseerd door de wijzigingen in het basistarief van de inkomstenbelasting en de heffingskortingen. Veel zelfstandigen in deze groep gaan er in 2021 door alle wijzigingen in de inkomstenbelasting tussen de € 400 en € 500 op vooruit ten opzichte van 2020.

Voor zelfstandigen met een winst hoger dan € 68.507 geldt daarnaast dat in 2021 de zelfstandigenaftrek en de mkb-winstvrijstelling tegen een lager percentage kunnen worden afgetrokken dan in 2020. Dit wordt niet voor alle zelfstandigen volledig gecompenseerd door de verhoging van de arbeidskorting en de verlaging van het basistarief in de inkomstenbelasting. Het omslagpunt ligt bij een winst van circa € 85.000: daarboven gaan zelfstandigen erop achteruit. Een zelfstandige met een winst van € 90.000 gaat er circa € 100 op achteruit ten opzichte van 2020. Voor hogere winsten loopt dit nadeel op, vooral doordat inkomens boven circa € 105.000 geen recht meer hebben op arbeidskorting.

Hypotheekrente

Vraag 102
Hoeveel levert het op wanneer de hypotheekrenteaftrek wordt afgetopt op 350.000 euro? En op 400.000 euro? En op 500.000 euro?

Antwoord op vraag 102
Aftoppen van de hypotheekrenteaftrek op € 350.000 levert in 2025 circa € 1,2 miljard op en structureel € 0,8 miljard. Aftoppen op € 500.000 levert in 2025 crica € 0,6 miljard op en € 0,5 miljard structureel. € 400.000 is niet apart berekend, maar zal op korte termijn dus tussen de € 0,6 en € 1,2 miljard opbrengsten zitten en structureel tussen de € 0,5 en € 0,8 miljard

Vraag 104
Hoeveel levert het op wanneer de eigen woning in box 3 wordt geplaatst met een vrijstelling van 5 ton eigenwoningschuld?

Antwoord op vraag 104
In het rapport Brede Maatschappelijke Heroverwegingen-wonen is een variant berekend van het verplaatsen naar box 3 met een vrijstelling van 3 ton eigenwoningschuld, met een geschatte budgettaire opbrengst van structureel € 4,8 miljard. Het volledig uitfaseren van de hypotheekrenteaftrek en het eigenwoningforfait in box 1 was een andere variant, met een budgettaire opbrengst van structureel € 3,1 miljard. Verplaatsing in box 3 met een vrijstelling van 5 ton zal qua budgettaire opbrengst tussen deze twee bedragen liggen.

 

Bron: Rijksoverheid

Modules & dossiers

Opvoerdatum

28 sep 2020

Laatst gewijzigd

28 sep 2020

Reacties

Er zijn (nog) geen reacties op dit artikel

Reageren? Graag eerst inloggen.

Permanent Actueel met Fintool?

Als professioneel financieel adviseur moet en wilt u bijblijven en dat het liefst in zo weinig mogelijk (kostbare) tijd. Dat kan nu met Fintool.nl! Meld u nu aan als abonnee en krijg direct toegang tot de Kennisbank en Helpdesk.
Lees verder

Fintool bv © 2003/2025. Alle rechten voorbehouden.
Lees graag de leveringsvoorwaarden en het privacy reglement.

1
1