In het convenant is met betrekking tot de woning het volgende opgenomen:
“Gebruiksrecht echtelijke woning
Het gebruiksrecht van de echtelijke woning, [adres] , wordt vanaf 1 december 2009 toebedeeld aan de vrouw.
Lasten echtelijke woning
De lasten die verbonden zijn aan de echtelijke woning, [adres] , worden tot en met 30 november 2009 gelijk verdeeld en komen vanaf 1 december 2009 voor rekening van de vrouw.
Eigendom echtelijke woning
Het eigendom van de echtelijke woning, [adres] , wordt toebedeeld aan de vrouw, onder de verplichting om:
- de aan de woning verbonden hypothecaire geldleningen en sommenverzekeringen op zich te nemen en de man te laten ontslaan uit zijn hoofdelijke verbondenheid.
- de helft van de eventuele overwaarde bij eigendomsoverdracht aan de man te vergoeden.
Voor de exacte waarde van de overwaarde te bepalen laten partijen een taxatie uitvoeren.
- de kosten die samenhangen met de overname van de hypothecaire geldleningen en sommenverzekeringen voor haar rekening te nemen.
De overdracht van het eigendom en de betaling van de helft van de eventuele overwaarde vinden gelijktijdig plaats.
(…)”.
Nu partijen het er over eens zijn dat deze levering op korte termijn zal dienen plaats te vinden, moet in het kader van de vaststelling van de eventuele overwaarde naar het oordeel van de rechtbank worden uitgegaan van de huidige marktwaarde van de woning. Partijen hebben na de comparitie van partijen gezamenlijk opdracht gegeven aan de makelaar om de marktwaarde van de woning vast te stellen. In het taxatierapport van 13 maart 2020 is de marktwaarde van de woning per die datum getaxeerd op € 265.000,--. Nu dit de meest recente marktwaarde van de woning is en partijen die waarde ook (subsidiair) in hun berekening van de overwaarde van de woning hebben betrokken, zal de rechtbank bepalen dat de woning wordt toegedeeld aan [gedaagde] tegen een waarde van € 265.000,--.
Bron: Rechtspraak.nl
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99