Verzekeringnemer ontvangt vervolgens elk jaar van verzekeraar een opgave van de fiscale waarde van de levensverzekering. De tekst van deze brief is elk jaar hetzelfde. Hierna is de tekst voor de opgave 2006 aangehaald :
Geachte heer [verzekeringnemer] ,
U heeft een levensverzekering bij X met polisnummer [00000] . De fiscale waarde van deze verzekering is voor de Belastingdienst vermogen in box 3. Daarom moeten we de Belastingdienst jaarlijks informeren over de fiscale waarde van uw levensverzekering. De waarde is hetzelfde als de Waarde Economisch Verkeer (WEV). In deze brief leest u meer hierover.
Fiscale waarde van uw levensverzekering
Op 1 januari (jaar opgave) is de fiscale waarde van uw levensverzekering € 4.141,00. Dit bedrag hebben we doorgegeven aan de Belastingdienst. Deze brief heeft u nodig als uw belastingaangifte doet.
In artikel 6:89 BW is bepaald dat de schuldeiser op een gebrek in de prestatie geen beroep meer kan doen, indien hij niet binnen bekwame tijd nadat hij het gebrek heeft ontdekt of redelijkerwijze had moeten ontdekken, bij de schuldenaar ter zake heeft geprotesteerd.
Artikel 3:310 lid 1 BW bepaalt dat een rechtsvordering tot vergoeding van schade verjaart door verloop van vijf jaren na de aanvang van de dag, volgende op die waarop de benadeelde zowel met de schade als met de daarvoor aansprakelijke persoon bekend is geworden. Het gaat daarbij om een daadwerkelijke bekendheid.
Het hof gaat dan ook ervan uit dat verzekeringnemers wisten dat voor de aangifte inkomstenbelasting gebruik wordt gemaakt van boxen en ook dat zij wisten dat de kapitaalverzekering in box 1 thuis hoorde. Het is begrijpelijk dat zij bij ontvangst van de polis in 2005 nog niet hebben ontdekt dat de KEW-clausule ontbrak. Het is voor een leek heel lastig uit die polis af te leiden dat die clausule ontbreekt en dat de spaarverzekering daarom niet in box 1 valt. Dat hebben zij volgens het hof wel ontdekt bij de ontvangst van de jaarlijkse opgaven van verzekeraar, voor het eerst over 2006. Daarin staat immers: “De fiscale waarde van deze verzekering is voor de Belastingdienst vermogen in box 3.” Het hof gaat als gezegd ervan uit dat zij wisten dat de inkomstenbelasting een box 1 en een box 3 kent en dat de spaarverzekering in box 1 zou moeten vallen. Als zij dan vervolgens elk jaar weer in de jaarlijkse opgaven van verzekeraar lezen of kunnen lezen dat de verzekering voor de belastingdienst vermogen in box 3 is, weten ze ook dat het niet goed is gegaan en dat er - om het in de termen van artikel 6:89 BW te zeggen - een gebrek in de prestatie van adviseur zit. Zouden zij dat al echt niet hebben geweten en hebben ontdekt, dan hadden zij dat in elk geval redelijkerwijs kunnen en moeten weten, en kunnen en moeten ontdekken. Zij hadden binnen bekwame tijd na de eerste opgave over 2006 bij adviseur moeten protesteren. Dat is niet gebeurd. Zij hebben dat immers pas in 2015 gedaan. Zouden zij wel binnen bekwame tijd hebben geklaagd dan zou het voor adviseur wellicht nog mogelijk zijn geweest het gebrek te repareren. Door de wijziging van de regelgeving is het vanaf 1 januari 2013 echter niet meer mogelijk een spaarverzekering als deze met een KEW-clausule in box 1 te plaatsen, zodat reparatie niet langer kan.
Verzekeringnemer wordt in het ongelijk gesteld en de adviseur is niet schadeplichtig.
Bron: Rechtspraak.nl
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99