De levensloopregeling is sinds 1 januari 2012 niet meer beschikbaar voor nieuwe deelnemers. Voor bestaande deelnemers geldt overgangsrecht. Als de door hen opgebouwde aanspraken in de levensloopregeling op 31 december 2011 een waarde in het economische verkeer hadden van € 3.000 of meer, hadden zij de keuze om hun levensloopregeling voort te zetten of daarmee te stoppen.
Tijdens het wetgevingsoverleg van 2 november 2020 is terecht aandacht gevraagd voor goede communicatie richting de deelnemers over het eindigen van de levensloopregeling in het jaar 2021.
De Belastingdienst zal over de aanpassingen in het overgangsrecht van de levensloopregeling tijdig communiceren via de reguliere communicatiekanalen. De Belastingdienst zal hierin nogmaals expliciet wijzen op mogelijke effecten op inkomensafhankelijke regelingen door een verandering in verzamelinkomen. Voor financiële instellingen geldt dat zij een zorgplicht hebben naar hun cliënten. De bij dit onderwerp betrokken spaarinstellingen hebben dan ook aangegeven dat zij in lijn met deze zorgplicht reeds voornemens zijn om, uiterlijk begin volgend jaar, de deelnemers van de levensloopregeling erop te wijzen dat het eindigen van de levensloopregeling voor deelnemers van deze regeling gevolgen kan hebben, bijvoorbeeld voor toeslagen en andere inkomensafhankelijke regelingen.
Tijdens het wetgevingsoverleg van 26 oktober 2020 zijn vragen gesteld over het omzetten van het levenslooptegoed in een verlofaanspraak. Hoewel ik het verzoek begrijp, zijn er inhoudelijke en budgettaire bezwaren tegen het omzetten van het levenslooptegoed in een verlofaanspraak.
Allereerst is er een ruime overgangstermijn geboden van 10 jaar.
Hiernaast leidt de mogelijkheid tot omzetting van een deel van het nog uitstaande levenslooptegoed van € 2 miljard, tot een lastenrelevante derving van € 460 miljoen aan loon- en inkomstenbelasting in 2021. In latere jaren komt deze derving geleidelijk weer binnen, op € 5 miljoen progressievoordeel na.
Verder leidt deze mogelijkheid tot een te dekken derving van in totaal € 21 miljoen aan box 3-inkomsten.
Ook zullen werkgevers bij het creëren van een dergelijke omzetting geconfronteerd worden met een toename van de werkgeverslasten.
Ten slotte past het niet bij de doelstelling voor de uitbreiding van verlofsparen, die gericht is op vervroegd uittreden, om het mogelijk te maken het levenslooptegoed, wat een meer generiek karakter heeft, om te zetten in een verlofaanspraak.
Bron: Rijksoverheid
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99