MijnFintool

Nieuws

NHG-hypotheek kwijtscheldingsregeling

Kunnen eisers een beroep doen op de kwijtscheldingsregeling van het waarborgfonds voor de restschuld na verkoop van hun woning? De rechter heeft uitspraak gedaan.

Waar gaat dit geschil over?

[eiseres sub 1] en [eiser sub 2] leenden in september 2010 geld van geldverstrekker voor de aankoop van een woning aan de [adres] in [woonplaats] . Dat was een bedrag van € 295.429,00 (met NHG).
[eiseres sub 1] had sinds 2011 financiële problemen vanwege haar criminele ex-partner, onder meer vanwege een restschuld na verkoop van hun gezamenlijke woning.

Achterstand

In april 2012 ontstond voor het eerst een achterstand in de maandelijkse betalingen door [eiseres sub 1] en [eiser sub 2] aan geldverstrekker.
In maart 2014 werd [eiseres sub 1] op staande voet ontslagen. Na een tevergeefs bezwaar en beroep is het ontslagbesluit uiteindelijk op 1 november 2018 in hoger beroep vernietigd.
De betalingsachterstanden liepen in de tussentijd op en de woning van [eiseres sub 1] en [eiser sub 2] is op 15 oktober 2015, executoriaal verkocht via een veiling. De betalingsachterstand was op het moment van de verkoop 22,5 maand. Geldverstrekker verzocht de Stichting om betaling van de restschuld van € 115.083,70 vanwege de borgstelling. De Stichting betaalde € 92.986,73 aan ING. De Stichting heeft een wettelijk recht van regres op [eiseres sub 1] en [eiser sub 2] voor dit betaalde bedrag.
De Stichting is in beginsel bereid dat regresrecht niet uit te oefenen, indien aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan: de kwijtscheldingsregeling. [eiseres sub 1] en [eiser sub 2] deden een beroep hierop, maar dit werd op 24 december 2015 afgewezen. [eiseres sub 1] en [eiser sub 2] deden tweemaal een verzoek tot heroverweging. De Stichting wees ook deze verzoeken af. Dat was op 23 maart 2016 en 25 april 2019.
[eiseres sub 1] en [eiser sub 2] menen dat hun beroep op de kwijtscheldingsregeling ten onrechte is afgewezen. Hun vorderingen houden daarmee verband.

Is voldaan aan het criterium van de goede trouw?

De Stichting oordeelt dat [eiseres sub 1] en [eiser sub 2] niet te goeder trouw zijn ten aanzien van het niet kunnen betalen van de lening. Dit motiveert de Stichting als volgt.
Volgens de vaste gedragslijn is sprake van goede trouw indien de geldnemer ( [eiseres sub 1] en [eiser sub 2] ) de lening niet meer kan betalen als gevolg van i) relatiebeëindiging, ii) niet-verwijtbare werkloosheid en/of iii) arbeidsongeschiktheid en woningbehoud niet mogelijk is. De schuld waarmee [eiseres sub 1] door haar criminele ex-partner is opgezadeld, valt daar volgens de Stichting niet onder.

Is voldaan aan het criterium van volledige medewerking?

De vaste gedragslijn van de Stichting is dat daarvan sprake is bij een onderhandse verkoop van de woning en als volledig is meegewerkt te vermijding of beperking van het verlies. [eiseres sub 1] en [eiser sub 2] hebben geen volmacht gegeven voor een onderhandse verkoop, zodat de woning uiteindelijk executoriaal is verkocht. Bij een dergelijke verkoop worden hogere kosten worden gemaakt dan bij een onderhandse verkoop, zo stelt de Stichting, die dus leiden tot een lagere opbrengst van de woning.

De redelijkheid en billijkheid

[eiseres sub 1] en [eiser sub 2] wijzen op een aantal persoonlijke omstandigheden over de gezondheids- en gezinstoestand van [eiseres sub 1] . Deze omstandigheden leiden niet tot de conclusie dat de beslissing om de restschuld niet kwijt te schelden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Uit niets blijkt dat die omstandigheden haar partner [eiser sub 2] verhinderden om te voldoen aan de kwijtscheldingscriteria, met name het meewerken aan onderhandse verkoop. [eiser sub 2] is immers ook hoofdelijk schuldenaar en op hem rusten daarom dezelfde verplichtingen als op [eiseres sub 1] .

Conclusie

De slotsom in conventie is dat de vorderingen van [eiseres sub 1] en [eiser sub 2] zullen worden afgewezen. De Stichting is terecht tot de conclusie gekomen dat zij geen aanspraak kunnen maken op de kwijtscheldingsregeling. Een bijzondere zorgplicht voor de Stichting jegens [eiseres sub 1] en [eiser sub 2] is er niet. De Stichting wordt niet verboden de restschuld (restant € 79.067,23) van [eiseres sub 1] en [eiser sub 2] terug te vorderen en hoeft de van [eiseres sub 1] en [eiser sub 2] ontvangen betalingen niet terug te betalen. De nevenvorderingen tot betaling van rente en vergoeding van kosten zullen eveneens worden afgewezen.


Bron: Rechtspraak.nl

Modules & dossiers

Opvoerdatum

19 nov 2020

Laatst gewijzigd

20 nov 2020

Reacties

Er zijn (nog) geen reacties op dit artikel

Reageren? Graag eerst inloggen.

Permanent Actueel met Fintool?

Als professioneel financieel adviseur moet en wilt u bijblijven en dat het liefst in zo weinig mogelijk (kostbare) tijd. Dat kan nu met Fintool.nl! Meld u nu aan als abonnee en krijg direct toegang tot de Kennisbank en Helpdesk.
Lees verder

Fintool bv © 2003/2025. Alle rechten voorbehouden.
Lees graag de leveringsvoorwaarden en het privacy reglement.

1
1