Ook betekent de EPBDIII in een aantal gevallen dat huiseigenaren zelfregulerende apparatuur dienen aan te brengen in de woning. Zo kan de temperatuur per ruimte worden geregeld.
Gelet op de voordelen voor warmtecomfort en het milieu ben ik van mening dat huiseigenaren niet op onnodig hoge kosten worden gejaagd door de verplichtingen. Er is voldoende aandacht besteed aan kosteneffectiviteit bij de implementatie van de EPBDIII. Waterzijdig inregelen verdient zich via een gereduceerd energieverbruik binnen een afzienbare tijd terug wanneer een nieuwe warmtebron wordt geplaatst of meer dan 1/3e van de radiatoren wordt vervangen.
Bovendien geldt de verplichting tot het plaatsen van zelfregulerende apparatuur niet voor huiseigenaren waarbij de kosten voor het aanbrengen van deze apparatuur meer dan 20% bedragen van de kosten voor de vervanging of vernieuwing van de installatie.
Om desalniettemin te stimuleren dat huiseigenaren waterzijdig inregelen, is er op dit moment subsidie beschikbaar via de Subsidie Energiebesparing Eigen Huis (SEEH). Huiseigenaren kunnen hiervan gebruik maken wanneer ze voldoen aan de voorwaarden, waaronder de voorwaarde tot het nemen van minstens twee energiebesparende isolatiemaatregelen. Na 1 januari 2021 wordt het goed inregelen van de installatie ook nog steeds gestimuleerd, namelijk via de Regeling Reductie Energiegebruik (RRE).
Bij stadsverwarming gelden de EPDIII verplichtingen voor huiseigenaren ook na vervanging of vernieuwing van de afleverset. Bij luchtverwarming gelden de EPBDIII verplichtingen eveneens. De verwarming vindt echter via de lucht plaats en niet via radiatoren waardoor inregelen van de installatie op een andere manier plaatsvindt. Inregelen wordt dan namelijk gedaan via luchtkleppen die de vereiste hoeveelheid lucht per ruimte met een vereiste temperatuur verspreiden. Na vervanging van de luchtunit dient de installatie dan te worden ingeregeld.
Door radiatoren ‘waterzijdig in te regelen’ stroomt precies de juiste hoeveelheid warm water door alle radiatoren die nodig is om een ruimte optimaal te verwarmen. Hierdoor is er minder energie nodig om ruimtes te verwarmen die voorheen niet goed verwarmd konden worden. De juiste hoeveelheid warm water verkrijgt men door instelling van flowregeling in thermostatische radiatorkraan of instelling voetventiel. Door inregelen bedraagt het verschil tussen aanvoer- en retourtemperatuur ongeveer 12-15 graden Celsius.
* FAQ
* SEEH
Bron: Rijksoverheid
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99