Banken zijn momenteel niet bij wet verplicht om deze schade te vergoeden. Uit het Burgerlijk Wetboek volgt dat banken verplicht zijn schade te vergoeden als een klant de betaling niet zelf heeft geïnitieerd, bijvoorbeeld omdat een betaalinstrument van een bank is gehackt of in geval van phishing (waarbij de klant wordt misleid doordat de online bankomgeving is nagebouwd). Omdat bij spoofing de betaling wettelijk gezien door de klant zelf is geïnitieerd, valt deze vorm van fraude in de regel niet onder de wettelijke plicht tot vergoeding.
Wel verleenden individuele banken, uit eigen beweging, in sommige gevallen uit coulance compensatie bij deze vorm van fraude. Hierbij ontstond echter de situatie dat het onduidelijk werd voor klanten in welke gevallen en bij welke banken zij wel en niet voor een vergoeding in aanmerking komen.
ABN AMRO, Rabobank, ING en De Volksbank gaan het volgende coulancekader, met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2020, toepassen voor spoofing voor zover dit niet al toegepast wordt door de individuele bank. Dit betreft een uniform afwegingkader waarbij vanuit coulance compensatie wordt verleend aan consumenten als:
Hierbij geldt, zoals dit momenteel ook geldt voor de wettelijke plicht tot vergoeding bij bancaire fraude zoals hierboven uitgelegd, eveneens het principe dat er geen sprake mag zijn van grove nalatigheid van de klant. De banken gaan nog collectief, binnen de kaders van de mededingingsregelgeving, nader uitwerken wanneer er sprake kan zijn van grove nalatigheid bij spoofing. De banken zullen in gesprek gaan met consumentenorganisaties, zoals de Consumentenbond, over (online) veiligheid van de consument.
Bron: Rijksoverheid
21/4/2021 toevoeging Kamervragen
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99