De komende jaren stijgt de AOW-leeftijd via een vastgesteld getemporiseerd leeftijdspad naar 67 jaar in 2024. Dit betreft een inhaalslag, die onafhankelijk is van de ontwikkeling van de levensverwachting. Deze stijging is in lijn met de sterke stijging van de levensverwachting sinds de invoering van de AOW in 1957. De AOW-leeftijd werd tot 2013 niet navenant verhoogd, terwijl de levensverwachting van 65-jarigen sinds de jaren ’50 van de vorige eeuw ieder jaar gemiddeld met één maand is toegenomen.
Omdat sterftecijfers op de korte termijn kunnen fluctueren, wordt met de huidige koppeling in de AOW (vanaf 2024) aangesloten bij de langetermijntrend. Om te voorkomen dat de AOW-leeftijd van jaar op jaar zou kunnen stijgen en dalen, is in de formule in artikel 7a van de Algemene Ouderdomswet uitgangspunt dat de AOW-leeftijd met stapjes van 3 maanden stijgt als sprake is van een stijging van de levensverwachting 4,5 maanden of meer. Bij een kleinere stijging blijft de AOW-leeftijd gelijk. De huidige formule in de wet heeft als uitgangspunt dat bij een daling van de levensverwachting geen verlaging van de AOW-leeftijd plaatsvindt. Dit sluit aan bij de verwachting dat op lange termijn sprake is en blijft van een opwaartse trend. Op deze manier worden fluctuaties in de levensverwachting gedempt en wordt voorkomen dat de AOW-leeftijd van jaar op jaar zou gaan schommelen. Op deze manier wordt meer zekerheid geboden en voorkomen dat de AOW-leeftijd mede zou gaan afhangen van toevallige uitschieters in levensverwachting en sterftecijfers zoals we nu over het afgelopen jaar zien.
Op dit moment is de verwachting van het CBS dat corona, hoewel het een grote impact heeft op de sterfte op de korte termijn, op de langere termijn de stijgende lijn in de levensverwachting niet nadelig zal beïnvloeden. De ontwikkeling van de levensverwachting volgt tot nu toe op de lange termijn een opwaartse trend. De factoren die eraan bijgedragen hebben dat we steeds ouder worden, zijn onder andere verbeterde sociaaleconomische omstandigheden, een betere kwaliteit en toegankelijkheid van de zorg, voortschrijdende medische technologie en een gezondere levensstijl.
Het is de verwachting dat de levensverwachting na corona weer terug zal gaan naar deze langjarige trend, net zoals na de Spaanse griep en na de Tweede Wereldoorlog het geval is geweest.
De oversterfte zal ook gevolgen hebben voor de pensioenuitgaven van pensioenfondsen en -verzekeraars. Er zal door de oversterfte in zijn algemeenheid minder ouderdomspensioen worden uitgekeerd dan waarmee rekening is gehouden. De oversterfte kan er echter ook toe leiden dat er meer nabestaandenpensioen moet worden uitgekeerd. De gevolgen van de oversterfte verschillen per pensioenuitvoerder, omdat hun deelnemersbestanden en hun pensioenregelingen van elkaar verschillen.
Bron: Rijksoverheid
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99