Het onderzoek is een inventarisatie van aanpakken om verhuur van panden voor criminele doeleinden tegen te gaan. De onderzoekers onderscheiden verschillende verschijningsvormen van verhuur voor criminele doeleinden, waaronder het gebruik van huurpanden als dekmantel voor criminele activiteiten. Gehuurde panden worden voornamelijk misbruikt als productie- of opslaglocatie voor verdovende middelen, voor illegale prostitutie, voor opslag van gestolen of gevaarlijke goederen en voor misstanden rondom voertuigen, zoals het omkatten van auto’s.
Het onderzoek laat verder zien dat een aanzienlijke set aan maatregelen bestaat om de verhuur van panden voor criminele doeleinden tegen te gaan op het gebied van awareness en voorlichting, screening van de potentiele huurder, vergunningplichtig maken van sectoren, controle, toezicht en handhaving en inzetten van wet- en regelgeving. Ook brengt het onderzoek in beeld welke aanvullende instrumenten in de toekomst nodig zijn. Deze aanbevelingen zien op publiek-private samenwerking en informatiedeling, het invoeren van een zwarte lijst, aanvullende screeningsmogelijkheden, goed verhuurderschap, het vergroten van controlemogelijkheden, een gerichte aanpak in risicogebieden, vergunningplicht en bewustwording en meldingsbereidheid.
Het onderzoek heeft de aard en omvang van crimineel gebruik van woon- en bedrijfsruimten in Nederland in kaart gebracht. De onderzoekers schatten dat 40.000 woningen en 10.000 bedrijfspanden in 2019 permanent dan wel incidenteel zijn benut ter facilitering van de productie, handel en opslag van drugs, witwassen en illegale diensten. Onder de laatste vorm van ondermijnende criminaliteit valt onder andere illegale prostitutie, mensenhandel en illegale kansspelen. Bij ongeveer 60% van de woningen en 50% van de bedrijfspanden is wietteelt de ondermijnende criminaliteitsvorm. Uit het onderzoek blijkt verder dat afgelegen gebieden in trek zijn voor criminele activiteiten, afhankelijk van de mate van toegankelijkheid die hiervoor vereist is (zoals bij illegaal gokken, illegale prostitutie en drugshandel)
Er zijn zowel preventieve als repressieve indicatoren die wijzen op de intentie om woon- en bedrijfsruimten te verwerven voor ondermijnende criminaliteit, zoals het gedrag van de huurder in spe, het doen van contante betalingen, afwijkende in- en uitlooptijden en het afplakken van ramen.
Ook is onderzocht welke instrumenten in België, Italië, Tsjechië en Zweden worden ingezet bij het bestrijden van crimineel gebruik van woon- en bedrijfsruimten zoals het conservatoir beslag leggen op crimineel vermogen, screening van bedrijven, gemeentelijke vergunningen, het registreren van huurcontracten in het Kadaster en het persoonlijk aansprakelijk stellen van bestuurders/directeuren.
Bron: Rijksoverheid
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99