Nu in de overeenkomst is opgenomen dat bij voortijdig beëindigen van de opdracht de tot dan toe gemaakte uren in rekening worden gebracht, had het op de weg van de adviseur gelegen een nauwkeurig gespecificeerde tijdsbesteding bij te houden die in geval van tussentijdse beëindiging had kunnen worden overgelegd, stelt Kifid.
Een dergelijke tijdsbesteding is echter niet overgelegd en ook op basis van het dossier is niet precies komen vast te staan hoeveel tijd aan de opdracht van de consument is besteed. Gelet daarop zal, op grond van artikel 7:405 lid 2 BW, de commissie zelf het bedrag vaststellen dat de adviseur in redelijkheid in rekening had mogen brengen.
De consument heeft gesteld dat er geen werkzaamheden zijn verricht. De commissie volgt de consument niet deze stelling, omdat uit het dossier is gebleken dat de consument op in maart 2020 een hypotheekvoorstel heeft ondertekend. Dit betekent dat er door de adviseur weldegelijk werkzaamheden zijn verricht. Nu echter niet duidelijk is welke werkzaamheden de adviseur precies heeft verricht en hoeveel tijd hij daaraan heeft besteed, oordeelt de commissie dat de factuur ex aequi et boni dient te worden verlaagd met een bedrag van € 745,-.
De adviseur heeft op 25 april 2020 voor zijn dienstverlening een bedrag van € 1.495,- aan advies- en bemiddelingskosten aan de consument in rekening gebracht.
Nu de consument de factuur reeds heeft voldaan, betekent het voorgaande dat de adviseur een bedrag van € 745,- aan de consument dient te vergoeden. De incassokosten blijven voor rekening van de consument.
Bron: Kifid
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99